Boekpresentatie

Afgelopen zondag presenteerde ik het boek ‘De Mooye Keene, geschiedenis van een zeearm.
Schitterend weer, een prachtige locatie en een geïnteresseerd publiek
N.B. De foto’s van de presentatie zijn gemaakt door Jan Nuijten
8f9842_60538acd116d43cca0fff14d93c53e99~mv2_d_1920_1280_s_2
In de tuin van ‘Huize de Blaak’ vertelde ik hoe het boek tot stand was gekomen en ik stelde de toehoorders voor aan de sluiswachter Gelinus van Wezel.
gelinus
In 1792 was Gelinus 58 jaar oud was en hij had al een veelbewogen leven achter de rug. Hij was geboren aan de Barlaque en woonde daar nog steeds. Gelinus was een welgesteld man en naast sluiswachter ook veerman, tavernier en landbouwer. Een buitenechtelijke affaire met zijn dienstmeid Cornelia van der Wielen had in het verleden geleid tot een zwangerschap en dat had de twee in aanzienlijke problemen gebracht. Nadat Gelinus vrouw in 1781 was overleden, is hij alsnog met Cornelia getrouwd.
Het moet in de eerste maanden van 1793 zijn, toen de gezworenen van de Fijnaart,- en Keenepolder in de pen klommen om hun beklag te doen bij de Raden van het Markiezaat. Gelinus zou zijn taak als sluiswachter niet naar behoren vervullen.
In de tuin van ‘Huize de Blaak’ vertelde ik hoe het boek tot stand was gekomen Ik stelde de toehoorders voor aan de sluiswachter Gelinus van Wezel.
 
Ik vertelde over de inspectietocht van Lodewijk Napoleon door Brabant en Zeeland, toen de koning de sluizen van de Dintel bezocht, die van zoveel belang waren voor de Mooye Keene en ik las een fragment voor uit het boek van van Mechelen.
lodeijk napoleon
‘Een blijde boodschap: dat de Koning van Holland de Sassen zou komen in ogen-schouw nemen, bereikte het Heemraadschap den achtsten April, en werd verwezenlijkt op den acht-en-twintigsten dierzelfde maand. Groote verwachtingen van dat bezoek werden gewekt en vele maatregelen genomen, om Z.M. op waardige wijze te ont-vangen.
Kosten noch moeite werden gespaard om Hem gunstig te stemmen, ten einde hulp en steun in den benarden geldelijke toestand te bekomen.
Reeds daags tevoren vereenigden zich de Bestuursleden bij de sluizen, om toch geen gelegenheid te laten ontglippen om Z.M. zooveel mogelijk voor zich in te nemen, en om zelf de hand te kunnen slaan aan de laatste toebereidselen voor eene Vorsteijke ontvangst. Met den dag stegen de verwachtingen van de hulp die Lodewijk Napoleon kon, en zeker geven zou!.. Men kende zijn zwak voor populariteit, en zjn goeden aard, en schoon geen vleiers, maar eerzame stoere werkers, besloten zij een beroep te doen op zijn goed hart, ten behoeve der zwaar belaste streek. De notulen van den dag getuigen van hun goed overleg; maar ook van den goeden wil des Konings.
De werken bezichtigde Hij tot in de kleinste details. Hij liet zich de geldelijke toestand blootleggen, en was zeer minzaam met het Bestuur. Hij drong aan op onverwijlde afwerking, beloofde zijn persoonlijke steun, en gaf den welgemeenden raad Hem zoo spoedig mogelijk een verzoek-schrift te schrijven ter verkrijging van een subsidie van fl 100.000,- met toezegging, minstens toch een renteloos voorschot te zullen ontvangen van dat bedrag.’

 

Het verhaal van Pastoor van Gils, die zich het leven benam door in de Mooye Keene te springen, haalde ik aan en hoe de vader van Geert Reuvers nog wist hoe hij met zijn moeder knielde bij de sluis om te bidden voor het zieleheil van de pastoor.
 
Tenslotte stelde ik het publiek de vraag hoe het zou zijn als de geschiedenis een andere loop genomen zou hebben en het plan voor het Moerdijkkanaal van Ir. Bongaerts zou zijn uitgevoerd.
 
Dat en nog veel meer is te lezen in het boek ‘De Mooye Keene, geschiedenis van een zeearm.
Op mijn site houd ik inmiddels ook een blog bij. Neem daar gerust eens een kijkje:

https://www.amvermeulen.me

 


Uitnodiging

Wie mij volgt op Facebook heeft het waarschijnlijk al gelezen. ‘De Mooye Keene; Geschiedenis van een zeearm’  is af. De presentatie vindt plaats op 9 september a.s. tijdens de Kunst & Cultuurroute Moerdijk. Woon je in de buurt of vind je het leuk om langs te komen, dan ben je van harte uitgenodigd. Klik op de uitnodiging voor een vergroting.

Als de presentatie geweest is,  zal ik weer vaker mijn bijdrage plaatsen op dit blog. Dan ga ik weer schrijven aan het derde deel van Machiel Dierks en zal ik hier als vanouds berichten over mijn vorderingen.

Tot dan of wie weet tot 9 september.


Fietsen langs de veldtocht deel 2

Wij hebben in Zondereigen overnacht.

Hier vond de eerste confrontatie plaats tussen de Nederlandse soldaten en Belgische ‘blauwkielen’.

Bij zonsopkomst de volgende morgen slaan de tamboers reveille. Met de prins Admiraal aan het hoofd trekt de divisie verder. Bij Sondereigen is er oponthoud. Het zijn jagers en schutters van de voorpost.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Hebben jullie gevochten?’
‘Ze hebben gevochten.’
‘Er is gevochten.’ gaat het door de gelederen.
‘Gisteren.’
‘400 blauwkielen.’
‘Hoeveel?’
‘Honderden.’
‘Wel duizend man.’
‘Zwaar gevochten. Drie van ons dood.’
‘Doden en veel gewonden.’
‘We hebben gewonnen. Ze zijn gevlucht. De rest van die blauwkielen is gevlucht.’

Na Zondereigen fietsen wij de volgende morgen verder in de richting van Merksplas. Op de route wederom een voormalige herberg. De Zwaan was een populaire naam voor dergelijke afspanningen. Deze lag aan een doorwaadbare plek aan de Mark.

IMG_0478

Even verderop dit prachtige boerderijtje. Ik stel er me volgende scene uit het boek bij voor:

De divisie trekt verder. Kleine vijandelijke eenheden vluchten voor hen uit. Waar ze komen, dringen ze huizen binnen op zoek naar blauwkielen. 
‘Kom jongens, hier. Co jij ook.’
In het keukentje staan twee angstige oude mensen tegen de muur. De man houdt een jachtgeweer gericht op de binnenstormende soldaten. Hij houdt zijn bibberende hand aan de trekker. Nerveus slaat Co hem het wapen uit handen. 
‘Neem mee!
‘Geen wapens achterlaten.’
‘Verder zoeken.’
Ze vinden jachtgeweren en pieken. De meeste bewoners zijn bang en leveren direct in wat maar voor wapen door kan gaan. Uit enkele huizen wordt gevuurd. 
‘Pas op, duiken!’
‘Blauwkielen. Daarbinnen zitten blauwkielen.’
Schutters trekken binnen. Er klinken schoten. Een blauwkiel wordt weggevoerd. Een ander dood achtergelaten.

IMG_0479

Dan maken we een uitstapje van de route, omdat we als Fendertse meiden de bron van de rivier De Mark graag op willen zoeken. Hier ligt het begin van de rivier die voor West-Brabant eeuwenlang een levensader is geweest.

Het beekdalletje slingert zich nu droog, door een bosje …….. en verder door de velden  in de richting van Merksplas.

In Merksplas bezochten we de bedelaarskolonie, die door Johannes van de Bosch is verwezenlijkt naar analogie van de kolonies in Drenthe (Veenhuizen, Ommerschans, etc.)

Er is een goed verzorgd informatiecentrum en een mooie website

Deze kolonie en die van het nabijgelegen Wortel waren in functie ten tijde van de Tiendaagse Veldtocht.

Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot een verzengende 36 graden. We konden ons prima verplaatsen in Jacob van Slot, die dit traject in augustus 1831 met volle bepakking volgde.

De volgende dag gaat het verder in westelijke richting naar Oostmalle. Een afleidingsmanoeuvre. De zon schijnt warm over de velden. De drukkende hitte benauwt Co. Steeds zwaarder hangt zijn bepakking aan zijn schouders. Zijn mond voelt droog, zijn tong dik. Zijn veldfles is al uren leeg. Niemand heeft nog drinken. Water, waar is water? Dorst, de mannen hebben dorst. Sommige jongens worden onwel en moeten achterblijven. Anderen smijten overjassen en vesten neer. Ransels worden als overbodige ballast achtergelaten. Waar de troepen zijn gepasseerd, liggen velden en wegen ermee bezaaid. Co probeert krampachtig vast te houden aan zijn spullen. Hij heeft hoofdpijn, voelt zich misselijk. Moeizaam sleept hij zich voort. Het marstempo houdt hij niet meer bij. Juist als hij maar helemaal op wil geven komt een kar vol grote houten vaten aan gedenderd. Eindelijk drinken!

De hitte putte ons zodanig uit dat een bezichtiging van een aantal vroeg 19-de eeuwse boerderijen in Vosselaar in de buurt van Turnhout zich beperkte tot deze ene. img_0494.jpg

Van Oostmalle gaat het oostwaarts naar Turnhout. Ze bezetten de straatweg naar Antwerpen en maken bivak bij Vosselaar. De tweede divisie is hen voorgegaan. Op het plein ligt de vlag van de revolutie aan flarden. Ook de vrijheidshoed is van de toren gehaald en vertrapt. Overal ligt kapotgeslagen huisraad. Ruiten zijn ingeslagen en deuren hangen uit hun voegen. Er is geroofd en geplunderd, hier en in de dorpen rondom. Aardappelen zijn van het land gehaald en groentes uit tuinen geplukt. Uit schuren is graan genomen en meel, stro en zelfs hooi om op te slapen. Soldaten zijn huis in huis uit gegaan en hebben er potten en pannen en tafels en stoelen weggesleept. Alles wat maar enigszins bruikbaar was voor het bivak hebben ze meegenomen. De inwoners zijn in paniek gevlucht.

Wat overblijft neemt het bataljon. Onder aanvoering van officieren en onder-officieren halen ze de laatste resten uit tuinen en schuren: aardappelen, graan, hier en daar wat groente, een koe uit een weiland, een varken uit zijn hok. In een schuur treffen ze een neergestoken boer, de doodsangst verstijfd op zijn gelaat. Tussen het graan op het veld liggen verschillende gesneuvelde blauwkielen. Een zwaar gewonde Belgische soldaat krijgt een genadeschot.

We zagen ons genoodzaakt de route wat in te korten en bereikten tenslotte ons doel, een hotel in de bossen bij Kasterlee.


Fietsen langs de veldtocht deel 1

De afgelopen dagen heb ik met mijn jeugdvriendin Anneke een fietstocht gemaakt langs de route van de Tiendaagse Veldtocht. Aan de hand van fragment uit het boek wilden we een aantal plekken bezoeken. Jammer genoeg waren we door de extreme hitte niet in staat alles te doen wat we ons hadden voorgenomen, maar de eerste dag verliep uitstekend.

De stille straatweg doorsnijdt het onafzienbare heideveld. Een eenzame herder hoedt zijn schapen. Slechts even kijkt hij op bij het naderende geluid van marcherende soldatenlaarzen. Hij is het voortdurend komen en gaan van militairen gewend. Aan de rand van de vlakte ligt immers kamp Rijen.

IMG_0452

Maar Co kijkt zijn ogen uit. Bijna 10.000 man hebben hier hun bivak. De hele eerste divisie is samengetrokken. Soldaten zitten voor hun tenten en poetsen hun geweren. Anderen verstellen hun uniform. Een marketenster verkoopt jenever aan een paar soldaten. Een groep officieren bespreekt met grote gebaren verschillende gevechtstechnieken. Een onderofficier schrijft een brief naar huis. In open vuurplaatsen worden grote stukken vlees gebraden. Een bataljon treedt aan, klaar om te gaan marcheren. Houten loodsen functioneren als koffiehuis, eetzaal en ontspanningsruimte. Verschillende tenten doen dienst als kerk, politiewacht of wapenopslag. En midden in het kamp staat, omgeven door berken, het onderkomen van de prins Admiraal.

Kamp Rijen

De plek waar ooit het kamp Rijen lag

Tien dagen later is het Waterloodag. In het kamp heerst een feestelijke stemming.Overal hangen oranje en rood-wit-blauw gekleurde vlaggetjes aan tenten. Parades worden gehouden en er klinkt opwekkende marsmuziek van een militair blazersorkest.

Voor zijn tent wrijft Co zijn laarzen nog eens extra glanzend en borstelt zijn jas schoon. Vandaag zal de prins zelf de troepen inspecteren. Co pakt zijn geweer en zet het glimmende bajonet erop. Even streelt zijn hand het lemmet. Onwillekeurig gaan zijn gedachten naar de dode blauwkiel.

‘Hé Van Slot’, slaat een maat hem op zijn schouder: ‘Opschieten man, we moeten op appél.’ Werktuiglijk grijpt hij zijn wapen vast en volgt zijn kameraad. Stram staan ze even later met 10.000 anderen in gevechtsorde op de hei. Trompetten schallen en kondigen de komst van de kolonel generaal aan. Co is onder de indruk van de hoogheid op zijn paard. Vol bewondering kijkt hij op naar de prins in zijn majesteitelijk uniform met de brede, goudkleurige epauletten, de hoge pluim op zijn steek en de sabel in zijn hand. Juist voor het bataljon houdt het gezelschap onverwachts halt. Ze stijgen af, ook de prins. Verwachtingsvol kijken de mannen toe hoe een prachtig nieuw vaandel wordt ontrold en aan de hoogheid overhandigd. En dan gebeurt het ontstellende. De prins richt zich speciaal tot hen.

‘Majoor van Pabst, mannen. Jullie inzet en trouw is mij, is ook het thuisfront niet ontgaan. Daarom heeft de bevolking van Haarlem gemeend jullie te moeten voorzien vaneen prachtig nieuw vaandel, door de vrouwen van de stad zo kunstig gemaakt. Uit naam van alle thuissteden mag ik u majoor het banier overhandigen’

Onder luid gejuich neemt de majoor het vaandel in ontvangst en de prins gaat verder.

‘Ga met volharding voort op de ingeslagen weg van eer. Spoedig zal de gelegenheid zich voordoen dat jullie de vijand onder ogen zullen zien. Wees dan je naam en dit vaandel waardig en gedenk deze dag, de 18de juni, als de dag waarin dat andere bloed heeft gevloeid voor vrijheid en vaderland.’

In een korte toespraak bedankt de majoor de prins en de burgers van Haarlem, maar Co hoort het niet meer. Hij verfoeit alle lof en eer die hen wordt toegezwaaid, vindt zichzelf onwaardig. Als de majoor zijn betoog beëindigt, barst het gejubel pas goed los en van alle kanten klinkt: ‘Leve de koning!’ en ‘Leve het vaderland!’ Maar Co is in gedachten bij de dode man in het bos onder Roosendaal. Terwijl zijn kameraden feesten, trekt hij zich terug. In somberheid verzonken brengt hij urenlang eenzaam door achter de barakken aan de rand van het terrein. Pas in het diepst van de nacht zoekt hij zijn tent op, waar de maats in een diepe dronken slaap liggen.

fullsizeoutput_599

De kampstraat ontleent zijn naam aan het voormalige legerkamp

Nog ruim een week blijft de hele eerste divisie op de hei bij Rijen. De exercities en de discipline dringen Co’s sombere gedachten naar de achtergrond. De voorbereidingen op de oorlog eisen al zijn aandacht.

En dan moeten ze plaats maken voor de tweede divisie. 10.000 man worden ingekwartierd in de contreien van het kamp. Het bataljon van Co verhuist naar Gilze.

We passeren een oude boerderij die er in het eerste kwart van de 19de eeuw al stond

fullsizeoutput_59a

De Molen stond niet op de planning, maar dateert ook uit die periode.fullsizeoutput_59d

Het gehucht Loveren ligt in Baerle met een prachtig pleintje in het midden en een aantal oude boerenhuizen …IMG_0462…en de voormalige herberg ‘De Zwaan’. Leuk detail is dat de Nederlands/Belgische grens door de voordeur van het pand loopt.IMG_0463

De Baerlebrug kruist de Mark, een nog intact beekdal. Helaas stond het riviertje droog.

fullsizeoutput_59e

Hier lag een voorpost van het leger van Willem I. In deze contreien moet het bataljon van Jacob van Slot hun eerste bivak hebben gehad.

fullsizeoutput_59f

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Veldtocht op de fiets

Morgen begint de 5-daagse fietstocht die ik ga maken langs de plaatsen van de Tiendaagse Veldtocht zoals Jacob van Slot, uit deel 1 van Machiel Dierks, die meemaakte. Het weer beloofd minstens net zo verzengend heet te worden als het was in die augustusdagen in 1830.

Op Facebook zal ik proberen dagelijks verslag te doen. Hier komt na afloop een uitgebreide terugblik.


Van Gogh in Den Haag

Wat een mooie dag was het gister. We hadden ons opgegeven voor de themavaart van de Ooievaart over Van Gogh in Den Haag. De verwachtingen waren hooggespannen. We hebben immers goede ervaringen met de boottochten van deze organisatie.

33114997_1772807512776112_213965551175729152_o

De deelnemers aan de Van Goghvaart met op zijn rug de gids Steef, die een goed voorbereid verhaal wist te houden over de Haagse jaren van Vincent van Gogh. (Foto: Catharina Abels)

De gids wist veel te vertellen over het leven van de schilder en concentreerde zich daarbij op de Haagse jaren van Vincent. Hij wees op de verschillen tussen arm en rijk en de explosieve groei van de stad in de jaren van de industriële revolutie.

Het Den Haag waar van Gogh rondliep overlapt deels met dat van Machiel Dierks, die immers in mijn boek in 1848 naar de stad komt om daar te werken in de metaalpletterij van Enthoven. Van Gogh heeft de fabrieksgebouwen in 1882 geschilderd. Of Machiel dan nog leeft??

Iron_Mill_in_The_Hague

Van Gogh tekende ook de huisjes aan het Slijkeinde, waar zowel Machiel als de moeder van Sien woonde. Sien was de moeder van de prostituee over wie Van Gogh zich een tijd heeft ontfermd.

SONY DSC

Na afloop van de rondvaart kregen we nog een boeiend verhaal te horen van Gerhard te Hoopen over mogelijk een echte Van Gogh, die zijn vader in de jaren zeventig vond in een oude schuur in Etten.

En daarna was het tijd om een hapje te eten. Net buiten het centrum van Den Haag in de Van Swietenstraat ligt het Indonesisch restaurantje Bogor Roemah Makan, waar we hebben genoten van een heerlijke rijsttafel.

IMG_0437


De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij

8acbb0a8-9047-4883-b661-2fd93c0f8f4f-1

In 1847 en 1848 reist  Adriaan van Bevervoorde verschillende malen van Den Haag naar Brussel en vice versa. In juni 1847 was het spoortraject van Den Haag naar Rotterdam geopend. Hoe de jonkheer reisde weten we niet, misschien ging hij het hele traject per diligence. Tot Brussel kon hij nog niet per trein omdat er nog geen aansluiting op het Belgische spoorwegnet was. Tussen Rotterdam en Antwerpen moest hij dus iets anders. Er was wel een stoombootdienst tussen die steden.

Om kort te gaan. Ik laat hem de trein tot Rotterdam nemen. Maar hoe ging dat er toen aan toe? In de Koninklijke Bibliotheek is een prachtige jubileumuitgave, getiteld ‘Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij 1839 -1889.

De afbeeldingen (met uitzondering van de foto) zijn uit dat boek afkomstig.

De ontvanger (wij zouden zeggen de stationschef) was verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op het station.

De eerste machinisten hadden een wit pak.  Gelukkig maar dat de eerste locomotieven op cokes werden gestookt i.p.v. steenkool. De verbranding van cokes veroorzaakt namelijk vrijwel geen roet.

ontvangertekst

Van Bevervoorde zat in mijn verhaal al bijna op een houten bankje in een wagon met een gangpad in het midden, maar zo zagen de eerst wagons er niet uit. Het waren meer een soort karren waarin banken waren geplaatst.

Er waren drie klassen: diligence (eerste klasse); char a bancs (tweede klasse) en waggons (derde klasse).

De diligences waren lichtgroen geschilderd. Het waren geheel gesloten wagons. Aan de korte zijden stonden twee lange banken met elk plaats voor vijf passagiers en verder vier kleinere banken met plaats voor twee personen. De zittingen en rugleuningen waren overtrokken met blauw laken dat was opgevuld met paardenhaar.

img_e04041.jpg

De char a bancs waren geel geschilderd. De zijwanden bestonden uit houten panelen met glazen vensters. In deze wagons waren zes banken geplaatst met elk plaats voor zes passagiers. De bekleding was opgevuld met koeienhaar opgevuld. De leuningen waren van ijzer.

De waggons waren donkerbruin. De zes banken in deze wagons waren hout en hadden geen bekleding. De openingen in de zijwanden werden voorzien van gordijnen van zijldoek. aan de zijwanden gedeeltelijk open.

De eerste locomotieven waren de Arend en de Snelheid.

arend

IMG_E0407

Van de Arend  en de verschillende wagons zijn in 1939 replica’s gemaakt, die zich in het spoorwegmuseum in Utrecht bevinden.