1287 verdeling van het land van Breda

Na een paar dagen ertussenuit te zijn geweest, ben ik hard aan het werk aan het boek over de Mooye Keene en de Keenesluis.

Het wordt een geschiedenisboek, waarbij de waterloop centraal staat. Iedere periode wordt verlevendigd met een geromantiseerd verhaal rondom een historische gebeurtenis.

Het verhaal begint op 12 juni 1287 wanneer Jan I, hertog van Brabant, het land van Breda beleend aan  Raso van Gaveren en  Gerard van Wesemale. Raso werd heer van Breda en Gerard kreeg stad en land van Bergen op Zoom. Het veengebied bij de Barlake in het noordwesten maakte deel uit van een condominium, waar beide heren het recht hadden hun gezag uit te oefenen.

In het Nationaal Archief bevindt zich de akte van de verdeling.

Een vertaling van de Latijnse tekst door Geertrui Van Synghel staat op internet. Hieruit een klein stukje.

….. En dit gedaan zijnde zal Gerard van Wezemaal de rest van het land van Breda gelijkelijk verdelen met de heer van Liedekerke, van begin tot eind, in hoog en laag, in vochtig en droog, zonder alle ruzies en bedrog …..


Karrenmuseum Essen

Afgelopen dinsdag bezocht ik met mijn jeugdvriendin Anneke, tijdens ons 5-daagse fietstochtje, het karrenmuseum te Essen. Er is een veelheid aan wagens, karren en karretjes te zien die voor verschillende doeleinden werden gebruikt.

Er staat een omnibus

Omnibus

Omnibus

En er zijn heel wat verschillende rijtuigen

 

Je krijgt een goed beeld van vormen van huisnijverheid

Van vlas tot linnen

Van vlas tot linnen

Het karnen van boter.  Het proces werd aangedreven door een rad, waarin een hond (of ook wel een kalf) rondliep.

Ook de ambachten komen aan bod. Er zijn een wagenmakerij, een zadelmakerij en een smidse

En na het leven bleef het klassenonderscheid bestaan


Vlasmuseum

Gister is mijn 5-daagse vakantie begonnen. Met jeugdvriendin Anneke in ons eigen West/Brabant .

We bezochten het vlas- en suikermuseum in Klundert. We kregen er een privérondleiding van een oud-vlasbewerker.

Het was binnen eigenlijk te donker voor goede foto’s met de i- phone, maar een paar beelden om een indruk te geven.


Het was een zeer informatief bezoek. De opstelling laat het hele proces van oogst tot gereed product zien. We hebben gezien hoe het vlas over de hekel wordt gehaald en we weten nu dat een zwingelspaan iets heel anders is dan een dorsvlegel

Behalve de volgorde van het verwerkingsproces was ook de mechanisatie doorheen de tijd zichtbaar gemaakt.

Wie ooit in Klundert komt, kan ik een bezoek zeker aanraden.


Van Raaltehuis

IMG_0110

Van het voorjaar heb ik met Paul een bezoek gebracht aan Ommen om het van Raaltehuis te zien. In dit huis was de theologische school van Albert van Raalte die een belangrijke rol speelt in het leven van Machiel Dierks. Het gebouwtje was zodanig vervallen, dat de aanblik mij somber stemde over de toekomst van het pand.

Inmiddels heb ik naar aanleiding van het verschijnen van deel 2 van Machiel Dierks, contact gehad met dhr. Heijink, voorzitter van de Stichting Van Raaltehuis. Hij had verheugend nieuws.  Er is een nieuwe bestemming voor het pand gevonden. Voor wie daarover meer wil weten kijk op de website van de stichting.

IMG_0111

In Ommen staat ook deze prachtige beuk als herinnering aan dominee van Raalte. Hij zou door de predikant zelf zijn geplant in de tuin van de pastorie.

Een fragmentje uit deel 2 van Machiel Dierks:

Albert brengt zijn paard tot stilstand voor het huis aan het Bouweind. Uit de koets stapt Christien met de baby op haar arm. Jennigje volgt met de kleine Albert. Twee jaar is hun oudste alweer. Albert heeft een benoeming gekregen in Ommen. Vanuit de nieuwe woonplaats zal het eenvoudiger voor hem zijn naar de omliggende gemeentes in de provincie te reizen.

In de loop der jaren zijn de vervolgingen afgenomen. Albert krijgt nog wel eens een boete voor illegaal preken en een enkele keer wordt hij uitgejouwd, maar er is eindelijk een relatieve rust rond de afgescheiden gemeentes.

De dominee geeft de leidsels over aan Egbert ten Tooren. De bakker, bij wie hij zo vaak onderdak vond tijdens zijn predikingen hier in Ommen, is gekomen om de familie te verwelkomen in de pastorie. De geloofsgemeente heeft het huis gekocht en er wordt een kerk gebouwd aan de Bouwstraat. Albert heeft in beiden een aanzienlijk bedrag gestoken van het geld dat Christien van haar ouders had geërfd.
‘Het ligt er toch maar. We kunnen er best wat van gebruiken’, had hij tegen Christien gezegd en zij had daarmee ingestemd.
Als Albert de voerman heeft betaald, neemt hij zijn vrouw bij de arm en loopt met haar het tuinpad op.
‘En?’ vraagt hij. ‘Kan het je goedkeuring dragen?’
‘Het is een prachtig huis Albert en wat ligt het mooi tussen het groen.’
‘En wat dacht je van de tuin. Daar kunnen de kinderen straks heerlijk spelen en er is plaats genoeg voor het paard en misschien kunnen we wel een koe houden voor de melk.’
‘Ga jij die melken dan?’ Een glimlach verschijnt op Christiens gezicht bij de gedachte aan haar man onder de koe.
‘Gerust’, zegt Albert en lacht met haar mee.


Machiel Dierks, op naar deel 3

omslag voorkant

Deel 2 van Machiel Dierks is klaar en kan in mijn ‘winkeltje’ besteld worden.

Inmiddels ben ik begonnen met opzoekwerk voor deel 3. In dit deel volgen we Machiels leven als fabrieksarbeider in Den Haag.

kadasterslijkeinde

Machiel komt met zijn gezin te wonen in een slop aan het Slijkeinde. Op de site van het Nationaal Archief vond ik bovenstaande kadasterkaart uit de periode waarin de Dierksen juist zijn verhuisd. De huisjes staan in hofjes gegroepeerd, maar van zo’n hofje moet je je geen romantische voorstelling maken. De huisjes in deze zogenaamde exploitatiehofjes maten 4,5 x 5,5 m en hadden slechts een vliering, waar de kinderen moesten slapen. In zo’n huisje woonde men met gemiddeld 8 personen samen. De familie Dierks bestaat op dat moment uit 2 volwassenen en 5 kinderen.

De vaak houten huisjes, waren van slechte kwaliteit. Vincent van Gogh heeft een tekening gemaakt van een deel van zo’n hofje. De moeder van zijn vriendin Sien, die als prostituee probeerde te overleven, woonde aan het Slijkeinde..

Of de familie Dierks er met deze verhuizing op vooruitgaat is maar de vraag.

SONY DSC


Met de schrik vrij

Op zoek naar gegevens uit 1850 op de krantensite Delpher, kwam ik dit berichtje tegen. Op het traject Den Haag – Leiden reed de eerste trein in 1843.

treinongeluk 1850

Uit dat jaar dateert ook het eerste station in de weilanden buiten de toenmalige stad.

afb6

 


Mozes Jacob Abas

Aan het eind van deel 2 van Machiel Dierks, verschijnt Mozes Jacob Abas in het leven van Machiel. De Joodse man komt uit Amsterdam. In mijn verhaal woont hij in het Zonnehofje, een slop in de Joodse buurt.

In het crisisjaar 1845 leurt Moos met zijn handel langs de huizen van de Plantaadje. Zo heette destijds de Plantagebuurt.

Ik ken die buurt vrij goed. Toen ik als archeoloog voor  Instituut voor Pre- en Protohistorie werkte, werkten we in de wintermaanden onze opgraviyngsgegevens uit op de zolder van het Geologisch Instituut aan de Plantage Muidergracht. op het Roeterseiland.

Geologisch_Instituut_-_panoramio

We dronken ons biertje bij het fameuze Eik en Linde aan de Plantage Middellaan.

Ieder jaar op 25 februari probeer ik naar de herdenking van de Februaristaking te gaan op het Jonas Daniel Meijerplein. Ik ben dus redelijk bekend met het Joodse oorlogsverleden van de wijk.

IMG_0011

Maar wat ik niet wist is dat die wijk pas is ontstaan in de tweede helft van de 19de eeuw. Daarvoor was het een soort lustoord voor de rijken met groene grachten en lanen met buitenhuizen, een stadsherberg en een badhuis

010097004000

en sinds 1839 een heuse dierentuin.

010097004165

Een klein fragmentje uit Machiel Dierks deel 2:

Moos loopt langs de Portugese synagoge en de Hortus naar de Plantaadje. Zijn pas is traag, zijn blik somber. Aan zijn arm bungelt een rieten mand met wat waar. De handkar is door zijn as gegaan en Moos heeft hem niet kunnen repareren. Voor een nieuwe was geen geld. Nu leurt hij langs de huizen om zijn groente en fruit te verkopen. Maar de kwaliteit van zijn  handel wordt steeds minder.

In de Plantaadje zoeken de welgestelde Amsterdammers hun rust en vertier. Langs de groene lanen staan hun deftige buitens met grote tuinen en priëlen naast wat goedkopere huurhuizen, die in de ogen van Moos nog steeds bijzonder riant zijn.  Er zijn feestzalen, een theater, een stadsherberg en een heuse dierentuin waar ze allerlei vreemde beesten in kooien hebben. Niet dat je er als arme sjlemiel binnenkomt, denkt Moos gelaten.