Auteursarchief: Anne Mieke Vermeulen

Over Anne Mieke Vermeulen

Schrijver

Fietsen langs de veldtocht deel 2

Wij hebben in Zondereigen overnacht.

Hier vond de eerste confrontatie plaats tussen de Nederlandse soldaten en Belgische ‘blauwkielen’.

Bij zonsopkomst de volgende morgen slaan de tamboers reveille. Met de prins Admiraal aan het hoofd trekt de divisie verder. Bij Sondereigen is er oponthoud. Het zijn jagers en schutters van de voorpost.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Hebben jullie gevochten?’
‘Ze hebben gevochten.’
‘Er is gevochten.’ gaat het door de gelederen.
‘Gisteren.’
‘400 blauwkielen.’
‘Hoeveel?’
‘Honderden.’
‘Wel duizend man.’
‘Zwaar gevochten. Drie van ons dood.’
‘Doden en veel gewonden.’
‘We hebben gewonnen. Ze zijn gevlucht. De rest van die blauwkielen is gevlucht.’

Na Zondereigen fietsen wij de volgende morgen verder in de richting van Merksplas. Op de route wederom een voormalige herberg. De Zwaan was een populaire naam voor dergelijke afspanningen. Deze lag aan een doorwaadbare plek aan de Mark.

IMG_0478

Even verderop dit prachtige boerderijtje. Ik stel er me volgende scene uit het boek bij voor:

De divisie trekt verder. Kleine vijandelijke eenheden vluchten voor hen uit. Waar ze komen, dringen ze huizen binnen op zoek naar blauwkielen. 
‘Kom jongens, hier. Co jij ook.’
In het keukentje staan twee angstige oude mensen tegen de muur. De man houdt een jachtgeweer gericht op de binnenstormende soldaten. Hij houdt zijn bibberende hand aan de trekker. Nerveus slaat Co hem het wapen uit handen. 
‘Neem mee!
‘Geen wapens achterlaten.’
‘Verder zoeken.’
Ze vinden jachtgeweren en pieken. De meeste bewoners zijn bang en leveren direct in wat maar voor wapen door kan gaan. Uit enkele huizen wordt gevuurd. 
‘Pas op, duiken!’
‘Blauwkielen. Daarbinnen zitten blauwkielen.’
Schutters trekken binnen. Er klinken schoten. Een blauwkiel wordt weggevoerd. Een ander dood achtergelaten.

IMG_0479

Dan maken we een uitstapje van de route, omdat we als Fendertse meiden de bron van de rivier De Mark graag op willen zoeken. Hier ligt het begin van de rivier die voor West-Brabant eeuwenlang een levensader is geweest.

Het beekdalletje slingert zich nu droog, door een bosje …….. en verder door de velden  in de richting van Merksplas.

In Merksplas bezochten we de bedelaarskolonie, die door Johannes van de Bosch is verwezenlijkt naar analogie van de kolonies in Drenthe (Veenhuizen, Ommerschans, etc.)

Er is een goed verzorgd informatiecentrum en een mooie website

Deze kolonie en die van het nabijgelegen Wortel waren in functie ten tijde van de Tiendaagse Veldtocht.

Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot een verzengende 36 graden. We konden ons prima verplaatsen in Jacob van Slot, die dit traject in augustus 1831 met volle bepakking volgde.

De volgende dag gaat het verder in westelijke richting naar Oostmalle. Een afleidingsmanoeuvre. De zon schijnt warm over de velden. De drukkende hitte benauwt Co. Steeds zwaarder hangt zijn bepakking aan zijn schouders. Zijn mond voelt droog, zijn tong dik. Zijn veldfles is al uren leeg. Niemand heeft nog drinken. Water, waar is water? Dorst, de mannen hebben dorst. Sommige jongens worden onwel en moeten achterblijven. Anderen smijten overjassen en vesten neer. Ransels worden als overbodige ballast achtergelaten. Waar de troepen zijn gepasseerd, liggen velden en wegen ermee bezaaid. Co probeert krampachtig vast te houden aan zijn spullen. Hij heeft hoofdpijn, voelt zich misselijk. Moeizaam sleept hij zich voort. Het marstempo houdt hij niet meer bij. Juist als hij maar helemaal op wil geven komt een kar vol grote houten vaten aan gedenderd. Eindelijk drinken!

De hitte putte ons zodanig uit dat een bezichtiging van een aantal vroeg 19-de eeuwse boerderijen in Vosselaar in de buurt van Turnhout zich beperkte tot deze ene. img_0494.jpg

Van Oostmalle gaat het oostwaarts naar Turnhout. Ze bezetten de straatweg naar Antwerpen en maken bivak bij Vosselaar. De tweede divisie is hen voorgegaan. Op het plein ligt de vlag van de revolutie aan flarden. Ook de vrijheidshoed is van de toren gehaald en vertrapt. Overal ligt kapotgeslagen huisraad. Ruiten zijn ingeslagen en deuren hangen uit hun voegen. Er is geroofd en geplunderd, hier en in de dorpen rondom. Aardappelen zijn van het land gehaald en groentes uit tuinen geplukt. Uit schuren is graan genomen en meel, stro en zelfs hooi om op te slapen. Soldaten zijn huis in huis uit gegaan en hebben er potten en pannen en tafels en stoelen weggesleept. Alles wat maar enigszins bruikbaar was voor het bivak hebben ze meegenomen. De inwoners zijn in paniek gevlucht.

Wat overblijft neemt het bataljon. Onder aanvoering van officieren en onder-officieren halen ze de laatste resten uit tuinen en schuren: aardappelen, graan, hier en daar wat groente, een koe uit een weiland, een varken uit zijn hok. In een schuur treffen ze een neergestoken boer, de doodsangst verstijfd op zijn gelaat. Tussen het graan op het veld liggen verschillende gesneuvelde blauwkielen. Een zwaar gewonde Belgische soldaat krijgt een genadeschot.

We zagen ons genoodzaakt de route wat in te korten en bereikten tenslotte ons doel, een hotel in de bossen bij Kasterlee.


Fietsen langs de veldtocht deel 1

De afgelopen dagen heb ik met mijn jeugdvriendin Anneke een fietstocht gemaakt langs de route van de Tiendaagse Veldtocht. Aan de hand van fragment uit het boek wilden we een aantal plekken bezoeken. Jammer genoeg waren we door de extreme hitte niet in staat alles te doen wat we ons hadden voorgenomen, maar de eerste dag verliep uitstekend.

De stille straatweg doorsnijdt het onafzienbare heideveld. Een eenzame herder hoedt zijn schapen. Slechts even kijkt hij op bij het naderende geluid van marcherende soldatenlaarzen. Hij is het voortdurend komen en gaan van militairen gewend. Aan de rand van de vlakte ligt immers kamp Rijen.

IMG_0452

Maar Co kijkt zijn ogen uit. Bijna 10.000 man hebben hier hun bivak. De hele eerste divisie is samengetrokken. Soldaten zitten voor hun tenten en poetsen hun geweren. Anderen verstellen hun uniform. Een marketenster verkoopt jenever aan een paar soldaten. Een groep officieren bespreekt met grote gebaren verschillende gevechtstechnieken. Een onderofficier schrijft een brief naar huis. In open vuurplaatsen worden grote stukken vlees gebraden. Een bataljon treedt aan, klaar om te gaan marcheren. Houten loodsen functioneren als koffiehuis, eetzaal en ontspanningsruimte. Verschillende tenten doen dienst als kerk, politiewacht of wapenopslag. En midden in het kamp staat, omgeven door berken, het onderkomen van de prins Admiraal.

Kamp Rijen

De plek waar ooit het kamp Rijen lag

Tien dagen later is het Waterloodag. In het kamp heerst een feestelijke stemming.Overal hangen oranje en rood-wit-blauw gekleurde vlaggetjes aan tenten. Parades worden gehouden en er klinkt opwekkende marsmuziek van een militair blazersorkest.

Voor zijn tent wrijft Co zijn laarzen nog eens extra glanzend en borstelt zijn jas schoon. Vandaag zal de prins zelf de troepen inspecteren. Co pakt zijn geweer en zet het glimmende bajonet erop. Even streelt zijn hand het lemmet. Onwillekeurig gaan zijn gedachten naar de dode blauwkiel.

‘Hé Van Slot’, slaat een maat hem op zijn schouder: ‘Opschieten man, we moeten op appél.’ Werktuiglijk grijpt hij zijn wapen vast en volgt zijn kameraad. Stram staan ze even later met 10.000 anderen in gevechtsorde op de hei. Trompetten schallen en kondigen de komst van de kolonel generaal aan. Co is onder de indruk van de hoogheid op zijn paard. Vol bewondering kijkt hij op naar de prins in zijn majesteitelijk uniform met de brede, goudkleurige epauletten, de hoge pluim op zijn steek en de sabel in zijn hand. Juist voor het bataljon houdt het gezelschap onverwachts halt. Ze stijgen af, ook de prins. Verwachtingsvol kijken de mannen toe hoe een prachtig nieuw vaandel wordt ontrold en aan de hoogheid overhandigd. En dan gebeurt het ontstellende. De prins richt zich speciaal tot hen.

‘Majoor van Pabst, mannen. Jullie inzet en trouw is mij, is ook het thuisfront niet ontgaan. Daarom heeft de bevolking van Haarlem gemeend jullie te moeten voorzien vaneen prachtig nieuw vaandel, door de vrouwen van de stad zo kunstig gemaakt. Uit naam van alle thuissteden mag ik u majoor het banier overhandigen’

Onder luid gejuich neemt de majoor het vaandel in ontvangst en de prins gaat verder.

‘Ga met volharding voort op de ingeslagen weg van eer. Spoedig zal de gelegenheid zich voordoen dat jullie de vijand onder ogen zullen zien. Wees dan je naam en dit vaandel waardig en gedenk deze dag, de 18de juni, als de dag waarin dat andere bloed heeft gevloeid voor vrijheid en vaderland.’

In een korte toespraak bedankt de majoor de prins en de burgers van Haarlem, maar Co hoort het niet meer. Hij verfoeit alle lof en eer die hen wordt toegezwaaid, vindt zichzelf onwaardig. Als de majoor zijn betoog beëindigt, barst het gejubel pas goed los en van alle kanten klinkt: ‘Leve de koning!’ en ‘Leve het vaderland!’ Maar Co is in gedachten bij de dode man in het bos onder Roosendaal. Terwijl zijn kameraden feesten, trekt hij zich terug. In somberheid verzonken brengt hij urenlang eenzaam door achter de barakken aan de rand van het terrein. Pas in het diepst van de nacht zoekt hij zijn tent op, waar de maats in een diepe dronken slaap liggen.

fullsizeoutput_599

De kampstraat ontleent zijn naam aan het voormalige legerkamp

Nog ruim een week blijft de hele eerste divisie op de hei bij Rijen. De exercities en de discipline dringen Co’s sombere gedachten naar de achtergrond. De voorbereidingen op de oorlog eisen al zijn aandacht.

En dan moeten ze plaats maken voor de tweede divisie. 10.000 man worden ingekwartierd in de contreien van het kamp. Het bataljon van Co verhuist naar Gilze.

We passeren een oude boerderij die er in het eerste kwart van de 19de eeuw al stond

fullsizeoutput_59a

De Molen stond niet op de planning, maar dateert ook uit die periode.fullsizeoutput_59d

Het gehucht Loveren ligt in Baerle met een prachtig pleintje in het midden en een aantal oude boerenhuizen …IMG_0462…en de voormalige herberg ‘De Zwaan’. Leuk detail is dat de Nederlands/Belgische grens door de voordeur van het pand loopt.IMG_0463

De Baerlebrug kruist de Mark, een nog intact beekdal. Helaas stond het riviertje droog.

fullsizeoutput_59e

Hier lag een voorpost van het leger van Willem I. In deze contreien moet het bataljon van Jacob van Slot hun eerste bivak hebben gehad.

fullsizeoutput_59f

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Veldtocht op de fiets

Morgen begint de 5-daagse fietstocht die ik ga maken langs de plaatsen van de Tiendaagse Veldtocht zoals Jacob van Slot, uit deel 1 van Machiel Dierks, die meemaakte. Het weer beloofd minstens net zo verzengend heet te worden als het was in die augustusdagen in 1830.

Op Facebook zal ik proberen dagelijks verslag te doen. Hier komt na afloop een uitgebreide terugblik.


Van Gogh in Den Haag

Wat een mooie dag was het gister. We hadden ons opgegeven voor de themavaart van de Ooievaart over Van Gogh in Den Haag. De verwachtingen waren hooggespannen. We hebben immers goede ervaringen met de boottochten van deze organisatie.

33114997_1772807512776112_213965551175729152_o

De deelnemers aan de Van Goghvaart met op zijn rug de gids Steef, die een goed voorbereid verhaal wist te houden over de Haagse jaren van Vincent van Gogh. (Foto: Catharina Abels)

De gids wist veel te vertellen over het leven van de schilder en concentreerde zich daarbij op de Haagse jaren van Vincent. Hij wees op de verschillen tussen arm en rijk en de explosieve groei van de stad in de jaren van de industriële revolutie.

Het Den Haag waar van Gogh rondliep overlapt deels met dat van Machiel Dierks, die immers in mijn boek in 1848 naar de stad komt om daar te werken in de metaalpletterij van Enthoven. Van Gogh heeft de fabrieksgebouwen in 1882 geschilderd. Of Machiel dan nog leeft??

Iron_Mill_in_The_Hague

Van Gogh tekende ook de huisjes aan het Slijkeinde, waar zowel Machiel als de moeder van Sien woonde. Sien was de moeder van de prostituee over wie Van Gogh zich een tijd heeft ontfermd.

SONY DSC

Na afloop van de rondvaart kregen we nog een boeiend verhaal te horen van Gerhard te Hoopen over mogelijk een echte Van Gogh, die zijn vader in de jaren zeventig vond in een oude schuur in Etten.

En daarna was het tijd om een hapje te eten. Net buiten het centrum van Den Haag in de Van Swietenstraat ligt het Indonesisch restaurantje Bogor Roemah Makan, waar we hebben genoten van een heerlijke rijsttafel.

IMG_0437


De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij

8acbb0a8-9047-4883-b661-2fd93c0f8f4f-1

In 1847 en 1848 reist  Adriaan van Bevervoorde verschillende malen van Den Haag naar Brussel en vice versa. In juni 1847 was het spoortraject van Den Haag naar Rotterdam geopend. Hoe de jonkheer reisde weten we niet, misschien ging hij het hele traject per diligence. Tot Brussel kon hij nog niet per trein omdat er nog geen aansluiting op het Belgische spoorwegnet was. Tussen Rotterdam en Antwerpen moest hij dus iets anders. Er was wel een stoombootdienst tussen die steden.

Om kort te gaan. Ik laat hem de trein tot Rotterdam nemen. Maar hoe ging dat er toen aan toe? In de Koninklijke Bibliotheek is een prachtige jubileumuitgave, getiteld ‘Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij 1839 -1889.

De afbeeldingen (met uitzondering van de foto) zijn uit dat boek afkomstig.

De ontvanger (wij zouden zeggen de stationschef) was verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op het station.

De eerste machinisten hadden een wit pak.  Gelukkig maar dat de eerste locomotieven op cokes werden gestookt i.p.v. steenkool. De verbranding van cokes veroorzaakt namelijk vrijwel geen roet.

ontvangertekst

Van Bevervoorde zat in mijn verhaal al bijna op een houten bankje in een wagon met een gangpad in het midden, maar zo zagen de eerst wagons er niet uit. Het waren meer een soort karren waarin banken waren geplaatst.

Er waren drie klassen: diligence (eerste klasse); char a bancs (tweede klasse) en waggons (derde klasse).

De diligences waren lichtgroen geschilderd. Het waren geheel gesloten wagons. Aan de korte zijden stonden twee lange banken met elk plaats voor vijf passagiers en verder vier kleinere banken met plaats voor twee personen. De zittingen en rugleuningen waren overtrokken met blauw laken dat was opgevuld met paardenhaar.

img_e04041.jpg

De char a bancs waren geel geschilderd. De zijwanden bestonden uit houten panelen met glazen vensters. In deze wagons waren zes banken geplaatst met elk plaats voor zes passagiers. De bekleding was opgevuld met koeienhaar opgevuld. De leuningen waren van ijzer.

De waggons waren donkerbruin. De zes banken in deze wagons waren hout en hadden geen bekleding. De openingen in de zijwanden werden voorzien van gordijnen van zijldoek. aan de zijwanden gedeeltelijk open.

De eerste locomotieven waren de Arend en de Snelheid.

arend

IMG_E0407

Van de Arend  en de verschillende wagons zijn in 1939 replica’s gemaakt, die zich in het spoorwegmuseum in Utrecht bevinden.

 


Vooruitblik deel 3.

Het derde deel van de vierjarige cyclus over het leven van Machiel Dierks omvat  de periode van 1847 t/m 1866.  zal naar verwachting in het najaar van 2018 klaar zijn.

Hier alvast een voorproefje.

Fragment

Vooruitblik (Den Haag 14 maart 1860)

Huisjes aan het Slijkeinde

Vincent van Gogh; 1882; Huis van de moeder van Sien aan het Slijkeinde in Den Haag, waar ook Machiel Dierks met zijn gezin woonde.

Gehaast lopen ze door de donkere straatjes en steegjes van de arbeiderswijk. De man heeft zijn vuile werkkleding nog aan. De vrouw heeft haar mouwen opgestroopt onder haar jas. Het zijn Machiel en Leentje Dierks. Ze zijn op weg naar het Burger Gasthuis aan de Zuidwal. Daar ligt hun 19-jarige zoon.

Het ziekenhuis voor de armen is gevestigd in een oud herenhuis aan de rand van de stad. Machiel pakt Leentje bij de hand wanneer hij de bel van het kleine hospitaal laat schellen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voor een man opendoet.
‘Giel Dierks, we komen voor Giel Dierks’, zegt Machiel, terwijl hij het gebouw al binnen wil gaan. ‘Hij is aan het eind van de middag hierheen gebracht.’
‘Ho, ho’, houdt de man hen tegen. ‘Dat is 5 cent, voor ieder.’
Machiel kijkt Leentje vragend aan. Tien cent om je kind te mogen zien? Is het niet gek dat het geld kost om je kind te bezoeken? Moeten hij en Leen dan wel samen gaan? Kan zij alleen? Zal hij zelf? Hij voelt in zijn zak en haalt de centen en stuivers tevoorschijn.
‘Wa doen we Leen. Ik heb het wel.’
‘Ik mot hem zien Giel, maar ik ga nie alleen.’
‘Goed, dan gaan we samen.’
Machiel en Leentje gaan de bedompte gang in. Langs de kant liggen mannen van uiteenlopende leeftijd gewond op veldbedden. Sommigen zijn buiten bewustzijn, anderen kermen van de pijn. Een jongen van een jaar of twaalf staart leeg voor zich uit. Anderen lopen op en neer met een arm, hand of hoofd in het verband. Uit een van de kamers stapt de heelmeester. Zijn voorschoot is bebloed. Als van een slager, denkt Machiel. Het zweet staat de man op zijn voorhoofd. Hij staat er zo goed als alleen voor. Geen van de helpers in het Burger Gasthuis heeft immers een medische achtergrond.
‘Daar’, zegt Leentje en ze wijst naar een bed aan het eind van de gang. ‘Daar ligt onze Giel. Hij slaapt. Het lijkt of ie slaapt.’
Maar Giel slaapt niet. Hij moet bewusteloos zijn geraakt. Moeizaam opent hij zijn ogen. Naast hem staan zijn beide ouders. Hij ziet de zorg in hun blik.
‘Wat is er gebeurd?’ fluistert hij zacht.

via Machiel Dierks; Deel 3


Adriaan van Bevervoorde

Bevervoorde1848 kleinIn mijn vorige bericht verwees ik al naar jonkheer Adrien Jean Eliza Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule

Het jaar 1848 was in Europa een rumoerig jaar van burgerlijke opstanden en revoluties. Het is het jaar waarop Koning Willem I naar zijn eigen zeggen in één nacht van conservatief tot liberaal was geworden.

Van Bevervoorde had over die ontwikkeling langer gedaan en had zich zelfs ontpopt als democratisch publicist. De publicaties en daden van de progressieve jonkheer zijn ongetwijfeld van invloed geweest op Willem I, die bang was voor een revolutie ook in eigen land.

Op 16 maart 1848 kwamen burgers in verschillende steden op de been om het ontslag van de zittende regering te vieren. Zo ook in Den Haag:

ddd_010058925_mpeg21_p003_image

De stoet werd voorafgegaan door Karel Enthoven, de zoon van de eigenaar van de fabriek. Bevervoorde bevond zich onder de menigte en werd door de mensen toegejuicht en op de schouders genomen.

Ik stel mij voor dat ook Machiel Dierks zich onder de betogers bevond en wellicht mee Bevervoorde op de schouders nam. Maar hoe kreeg Karel Enthoven de arbeiders zover dat zij de koning toejuichen en wat was de invloed van het gedachtengoed van van Bevervoorde op deze mensen?

Meer over van Bevervoorde leest u bij in de samenvatting van Robijns. Hij beschrijft het leven van de jonkheer uitgebreider in zijn boek: Radicalen in Nederland. Opmerkelijk: In de KB staat dit boek in de leeszaal onder de rubriek criminologie.

 

BewarenBewaren