Categorie archief: 19de eeuw

Fietsen langs de veldtocht deel 1

De afgelopen dagen heb ik met mijn jeugdvriendin Anneke een fietstocht gemaakt langs de route van de Tiendaagse Veldtocht. Aan de hand van fragment uit het boek wilden we een aantal plekken bezoeken. Jammer genoeg waren we door de extreme hitte niet in staat alles te doen wat we ons hadden voorgenomen, maar de eerste dag verliep uitstekend.

De stille straatweg doorsnijdt het onafzienbare heideveld. Een eenzame herder hoedt zijn schapen. Slechts even kijkt hij op bij het naderende geluid van marcherende soldatenlaarzen. Hij is het voortdurend komen en gaan van militairen gewend. Aan de rand van de vlakte ligt immers kamp Rijen.

IMG_0452

Maar Co kijkt zijn ogen uit. Bijna 10.000 man hebben hier hun bivak. De hele eerste divisie is samengetrokken. Soldaten zitten voor hun tenten en poetsen hun geweren. Anderen verstellen hun uniform. Een marketenster verkoopt jenever aan een paar soldaten. Een groep officieren bespreekt met grote gebaren verschillende gevechtstechnieken. Een onderofficier schrijft een brief naar huis. In open vuurplaatsen worden grote stukken vlees gebraden. Een bataljon treedt aan, klaar om te gaan marcheren. Houten loodsen functioneren als koffiehuis, eetzaal en ontspanningsruimte. Verschillende tenten doen dienst als kerk, politiewacht of wapenopslag. En midden in het kamp staat, omgeven door berken, het onderkomen van de prins Admiraal.

Kamp Rijen

De plek waar ooit het kamp Rijen lag

Tien dagen later is het Waterloodag. In het kamp heerst een feestelijke stemming.Overal hangen oranje en rood-wit-blauw gekleurde vlaggetjes aan tenten. Parades worden gehouden en er klinkt opwekkende marsmuziek van een militair blazersorkest.

Voor zijn tent wrijft Co zijn laarzen nog eens extra glanzend en borstelt zijn jas schoon. Vandaag zal de prins zelf de troepen inspecteren. Co pakt zijn geweer en zet het glimmende bajonet erop. Even streelt zijn hand het lemmet. Onwillekeurig gaan zijn gedachten naar de dode blauwkiel.

‘Hé Van Slot’, slaat een maat hem op zijn schouder: ‘Opschieten man, we moeten op appél.’ Werktuiglijk grijpt hij zijn wapen vast en volgt zijn kameraad. Stram staan ze even later met 10.000 anderen in gevechtsorde op de hei. Trompetten schallen en kondigen de komst van de kolonel generaal aan. Co is onder de indruk van de hoogheid op zijn paard. Vol bewondering kijkt hij op naar de prins in zijn majesteitelijk uniform met de brede, goudkleurige epauletten, de hoge pluim op zijn steek en de sabel in zijn hand. Juist voor het bataljon houdt het gezelschap onverwachts halt. Ze stijgen af, ook de prins. Verwachtingsvol kijken de mannen toe hoe een prachtig nieuw vaandel wordt ontrold en aan de hoogheid overhandigd. En dan gebeurt het ontstellende. De prins richt zich speciaal tot hen.

‘Majoor van Pabst, mannen. Jullie inzet en trouw is mij, is ook het thuisfront niet ontgaan. Daarom heeft de bevolking van Haarlem gemeend jullie te moeten voorzien vaneen prachtig nieuw vaandel, door de vrouwen van de stad zo kunstig gemaakt. Uit naam van alle thuissteden mag ik u majoor het banier overhandigen’

Onder luid gejuich neemt de majoor het vaandel in ontvangst en de prins gaat verder.

‘Ga met volharding voort op de ingeslagen weg van eer. Spoedig zal de gelegenheid zich voordoen dat jullie de vijand onder ogen zullen zien. Wees dan je naam en dit vaandel waardig en gedenk deze dag, de 18de juni, als de dag waarin dat andere bloed heeft gevloeid voor vrijheid en vaderland.’

In een korte toespraak bedankt de majoor de prins en de burgers van Haarlem, maar Co hoort het niet meer. Hij verfoeit alle lof en eer die hen wordt toegezwaaid, vindt zichzelf onwaardig. Als de majoor zijn betoog beëindigt, barst het gejubel pas goed los en van alle kanten klinkt: ‘Leve de koning!’ en ‘Leve het vaderland!’ Maar Co is in gedachten bij de dode man in het bos onder Roosendaal. Terwijl zijn kameraden feesten, trekt hij zich terug. In somberheid verzonken brengt hij urenlang eenzaam door achter de barakken aan de rand van het terrein. Pas in het diepst van de nacht zoekt hij zijn tent op, waar de maats in een diepe dronken slaap liggen.

fullsizeoutput_599

De kampstraat ontleent zijn naam aan het voormalige legerkamp

Nog ruim een week blijft de hele eerste divisie op de hei bij Rijen. De exercities en de discipline dringen Co’s sombere gedachten naar de achtergrond. De voorbereidingen op de oorlog eisen al zijn aandacht.

En dan moeten ze plaats maken voor de tweede divisie. 10.000 man worden ingekwartierd in de contreien van het kamp. Het bataljon van Co verhuist naar Gilze.

We passeren een oude boerderij die er in het eerste kwart van de 19de eeuw al stond

fullsizeoutput_59a

De Molen stond niet op de planning, maar dateert ook uit die periode.fullsizeoutput_59d

Het gehucht Loveren ligt in Baerle met een prachtig pleintje in het midden en een aantal oude boerenhuizen …IMG_0462…en de voormalige herberg ‘De Zwaan’. Leuk detail is dat de Nederlands/Belgische grens door de voordeur van het pand loopt.IMG_0463

De Baerlebrug kruist de Mark, een nog intact beekdal. Helaas stond het riviertje droog.

fullsizeoutput_59e

Hier lag een voorpost van het leger van Willem I. In deze contreien moet het bataljon van Jacob van Slot hun eerste bivak hebben gehad.

fullsizeoutput_59f

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Veldtocht op de fiets

Morgen begint de 5-daagse fietstocht die ik ga maken langs de plaatsen van de Tiendaagse Veldtocht zoals Jacob van Slot, uit deel 1 van Machiel Dierks, die meemaakte. Het weer beloofd minstens net zo verzengend heet te worden als het was in die augustusdagen in 1830.

Op Facebook zal ik proberen dagelijks verslag te doen. Hier komt na afloop een uitgebreide terugblik.


Van Gogh in Den Haag

Wat een mooie dag was het gister. We hadden ons opgegeven voor de themavaart van de Ooievaart over Van Gogh in Den Haag. De verwachtingen waren hooggespannen. We hebben immers goede ervaringen met de boottochten van deze organisatie.

33114997_1772807512776112_213965551175729152_o

De deelnemers aan de Van Goghvaart met op zijn rug de gids Steef, die een goed voorbereid verhaal wist te houden over de Haagse jaren van Vincent van Gogh. (Foto: Catharina Abels)

De gids wist veel te vertellen over het leven van de schilder en concentreerde zich daarbij op de Haagse jaren van Vincent. Hij wees op de verschillen tussen arm en rijk en de explosieve groei van de stad in de jaren van de industriële revolutie.

Het Den Haag waar van Gogh rondliep overlapt deels met dat van Machiel Dierks, die immers in mijn boek in 1848 naar de stad komt om daar te werken in de metaalpletterij van Enthoven. Van Gogh heeft de fabrieksgebouwen in 1882 geschilderd. Of Machiel dan nog leeft??

Iron_Mill_in_The_Hague

Van Gogh tekende ook de huisjes aan het Slijkeinde, waar zowel Machiel als de moeder van Sien woonde. Sien was de moeder van de prostituee over wie Van Gogh zich een tijd heeft ontfermd.

SONY DSC

Na afloop van de rondvaart kregen we nog een boeiend verhaal te horen van Gerhard te Hoopen over mogelijk een echte Van Gogh, die zijn vader in de jaren zeventig vond in een oude schuur in Etten.

En daarna was het tijd om een hapje te eten. Net buiten het centrum van Den Haag in de Van Swietenstraat ligt het Indonesisch restaurantje Bogor Roemah Makan, waar we hebben genoten van een heerlijke rijsttafel.

IMG_0437


Adriaan van Bevervoorde

Bevervoorde1848 kleinIn mijn vorige bericht verwees ik al naar jonkheer Adrien Jean Eliza Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule

Het jaar 1848 was in Europa een rumoerig jaar van burgerlijke opstanden en revoluties. Het is het jaar waarop Koning Willem I naar zijn eigen zeggen in één nacht van conservatief tot liberaal was geworden.

Van Bevervoorde had over die ontwikkeling langer gedaan en had zich zelfs ontpopt als democratisch publicist. De publicaties en daden van de progressieve jonkheer zijn ongetwijfeld van invloed geweest op Willem I, die bang was voor een revolutie ook in eigen land.

Op 16 maart 1848 kwamen burgers in verschillende steden op de been om het ontslag van de zittende regering te vieren. Zo ook in Den Haag:

ddd_010058925_mpeg21_p003_image

De stoet werd voorafgegaan door Karel Enthoven, de zoon van de eigenaar van de fabriek. Bevervoorde bevond zich onder de menigte en werd door de mensen toegejuicht en op de schouders genomen.

Ik stel mij voor dat ook Machiel Dierks zich onder de betogers bevond en wellicht mee Bevervoorde op de schouders nam. Maar hoe kreeg Karel Enthoven de arbeiders zover dat zij de koning toejuichen en wat was de invloed van het gedachtengoed van van Bevervoorde op deze mensen?

Meer over van Bevervoorde leest u bij in de samenvatting van Robijns. Hij beschrijft het leven van de jonkheer uitgebreider in zijn boek: Radicalen in Nederland. Opmerkelijk: In de KB staat dit boek in de leeszaal onder de rubriek criminologie.

 

BewarenBewaren


Tussen Schelde en Rijn

hellegatthijsse

Hellegat met strekdam uit: Jac. P. Thijsse Onze Groote Rivieren

In de twintiger en dertiger jaren laaide de discussie op omtrent een betere verbinding over water tussen Antwerpen en het Hollands Diep. Bij de afscheiding van België, zowat honderd jaar eerder, hadden onze zuiderburen een vrije doorvaart naar het noorden bedongen. Door de aanleg van de spoorlijn Roosendaal naar Vlissingen werd die doorvaart belemmerd. Er werden kanalen gegraven  van Hansweert naar Wemeldinge en van Vlissingen naar Veere.  Op termijn bleek deze oplossing niet afdoende en de Belgen gaven aan een kanaal van Antwerpen naar Moerdijk te wensen.

Verschillende opties voor het te volgen tracé werden onderzocht. Een interessant voorstel in het licht van mijn boek over de Mooye Keene is het voorstel van W P G (Wim) Assmann, journalist en later hoofdredacteur van het katholieke blad De Grondwet (voorloper van BN/De Stem).

kanall

Kaartje met het tracé door West-Brabant, volgens het voorstel van W. P. G. Assmann

Assmann projecteerde een kanaal dat vanuit de Oosterschelde boven Bergen op Zoom via Fort de Rovere naar de Roosendaalse Vliet en verder naar de Mark en door het stroomgebied van de Mooye Keene zou lopen.

Dit plan is door ‘Den Haag’ nooit serieus genomen. De uitvoering van de Schelde-Rijn verbinding moest zelfs wachten tot de jaren 70.

Meer over dit plan valt straks te lezen in het boek: ‘De Mooye Keene; geschiedenis van een zeearm’.

 


Mastboomhuis

Wat een charmant museum is het Mastboomhuis in Oud Gastel. Alhoewel, een museum mag het geloof ik niet genoemd worden. De museumjaarkaart is dan ook niet geldig. De toegang bedraagt €7,50. Daarvoor krijg je een introductiefilm te zien en een i-pad mee, met informatie over de verschillende ruimtes. Het onthaal is bijzonder gastvrij en de vrijwilligers die je begeleiden, geven de nodige extra uitleg.

het-mastboomhuis

Gister bezocht ik dit voormalige burgemeestershuis, waar de tijd lijkt gestold op het moment dat Henri Mastboom, de laatste bewoner in 1999 overleed.  In het huis was de tijd al eerder achtergebleven, want er werd zuinig geleefd en niets werd weggegooid. Daardoor is het hele huis een vreemde mengeling geworden van een 19de eeuws interieur met hedendaagse elementen in een uitgewoond pand.

Henri Mastboom komt naar voren als een excentrieke man die krampachtig vasthield aan het verleden. Zijn vermogen liet hij na aan een stichting die het huis heeft geconserveerd volgens het principe van ‘suspended decay’ (onderbroken verval). Dat laat een indruk na alsof je Henri ieder moment in zijn huis kan tegenkomen.

Ook zijn familie beschouwde Henri als  een excentriek man, om wie nogal eens gelachen werd. In het fragment van radio Idzerda komt zijn achterneef Johan van der Pol aan het woord, die een boekje over zijn oudoom schreef.

De Stichting Mastboom-Brosens beheert een fonds en organiseert lezingen.

lezingen


Karrenmuseum Essen

Afgelopen dinsdag bezocht ik met mijn jeugdvriendin Anneke, tijdens ons 5-daagse fietstochtje, het karrenmuseum te Essen. Er is een veelheid aan wagens, karren en karretjes te zien die voor verschillende doeleinden werden gebruikt.

Er staat een omnibus

Omnibus

Omnibus

En er zijn heel wat verschillende rijtuigen

 

Je krijgt een goed beeld van vormen van huisnijverheid

Van vlas tot linnen

Van vlas tot linnen

Het karnen van boter.  Het proces werd aangedreven door een rad, waarin een hond (of ook wel een kalf) rondliep.

Ook de ambachten komen aan bod. Er zijn een wagenmakerij, een zadelmakerij en een smidse

En na het leven bleef het klassenonderscheid bestaan