Categorie archief: 19de eeuw

De Industrieschool (1)

In de loop van de 19de eeuw wordt de vraag naar geschoolde arbeiders steeds groter. Aanvankelijk kwamen deze mensen vooral uit Engeland en Duitsland. Om aan die vraag te kunnen voldoen, sticht de ‘Vereeniging ter bevordering van fabriek- en handwerksnijverheid in Nederland’ de school

In juli 1854 besluit de Haagse het gemeentebestuur om een lokaal van de armenschool aan de Voldersgracht ter beschikking te stellen.

In oktober van dat jaar is het bijna zover. Onderwijzers zijn benoemd en voldoende leerlingen hebben zich aangemeld.

Er zijn echter nog enige formaliteiten die afgehandeld moeten worden. Klaarblijkelijk moet eerst de wet van de vereniging (die in 1851 was opgericht) worden herzien. Kappeijne van de Cappello is dan een bekend advocaat en hij biedt zijn diensten aan. In 1855 wordt Lion Enthoven gekozen in het bestuur van deze vereniging.

De leerlingen

Wie aangenomen wil worden op de school moet een toelatingsexamen doen. De eisen voor dat examen zijn:

‘genoegzame bedrevenheid in het lezen , schrijven , de grondbeginselen der Nederlandsche taal, de hoofdregelen der cijferkunst, de behandeling der gewone en tiendeelige breuken, en den regel van drieën.’

De regel van drieën leert om tot drie gegevene grootheden of getallen, eene vierde evenredige te vinden

Een voorbeeld van een dergelijke verhouding som uit een schoolboekje uit die tijd is:

Twintig werklieden hebben in den tijd van 32 weken 5120 gulden verdiend, omdat zij tien uren per dag hebben gewerkt, hoe veel verdienen naar die evenredigheid 28 werk lieden, als zij, gedurende 60 weken 14 uren daags bezig zijn? 

Eenmaal toegelaten gaan de leerlingen na werktijd twee avonden per week naar school: op woensdag en zaterdag van 19.30 – 21.30 en in de tweede helft van het jaar van 20.30 – 21.30.

Het schoolgeld bedraagt 12 gulden per jaar, maandelijks te voldoen. Wie in gebreke blijft, krijgt een boete van 10% en kan van school worden gestuurd totdat het verschuldigde bedrag is betaald. Ook ongeoorloofd verzuim levert een boete op van 10 cent.

In 1859 fuseerde de Industrieschool met de Tekenacademie aan de Prinsessegracht.

Het neo-klassieke gebouw van de tekenacademie aan de Prinsessegracht;
1840; beeldcollectie Haags Gemeentearchief

Wordt vervolgd.


Volle klassen

Voor deel 3 van Machiel Dierks verdiep ik me in de armenschool aan het Slijkeinde waar decideren van Machiel heengingen.

De Stadsschool (Stads Armenschool), in 1734 gesticht aan het Slijkeinde bij het Kortenbos. Ca. 1750. Collectie Haags gemeentearchief

In zijn boek Het Kortenbosch; biografie van een Haagse arbeidersstraat wijdt Roel Wuite een zestal bladzijden aan de school en Willem Konings, hoofdonderwijzer van 1830 tot 1863.

Uit zijn onderzoek blijkt dat de gemeente in 1833 vier huisjes die aan de school grenzen, onteigend. De huisjes worden bij de school uit 1734 getrokken. De verbouwing biedt ruimte aan de onderwijzerswoning boven de school en een groot lokaal waarin alle kinderen worden gehuisvest.

Getuige een verslag van de zitting van de gemeenteraad van 29 juli 1859 gingen er 600 kinderen naar die school. Overigens zal het schoolverzuim naar alle waarschijnlijkheid hoog zijn geweest. Er was immers nog geen leerplichtwet en veel kinderen moesten werken in de fabrieken.

Hoe het ook zij. Al die kinderen in een koud, stinkend lokaal kregen les in rekenen, lezen, schrijven en zingen en als het meezat zedenleer, aardrijkskunde en geschiedenis van de hoofdonderwijzer, 5 hulponderwijzers en een aantal kwekelingen. Althans in theorie. Onderbezetting was toen ook al een probleem! Ook toen werd naar de toenmalige maatstaven op het onderwijs beknibbeld.

Hij (de onderwijzer) toch slijt zijn leven in een arbeid die velen eentoonig en vervelend voorkomt , die velen als ondankbaar afschilderen en zeker , als men de benificien als maatstaf aanneemt , als zeer ondankbaar moet erkennen. Nog in het afgeloopen jaar hebben de beraadslagingen in ’s lands wetgeving daarvan de bewijzen opgeleverd, hebben doen zien hoe die benificien beknibbeld werden, hoe sommige volksvertegenwoordigers er op uit waren in de nieuwe regeling het minst mogelijke door te zetten, ten einde , bij de vaststelling van de traktementen der openbare onderwijzers , het onderwijs voor een koopje te hebben. Mogten die discussiën vele gemeentebesturen toch niet voeren om zich streng aan het aangenomen minimum te houden en het op die wijze den beschaafden onderwijzer onmogelijk maken overeenkomstig zijne betrekking in de Maatschappij met een gezin te kunnen leven.

De Wekker, weekblad voor onderwijs en opvoeding; jrg 15; 7/1/1858


Over boeken 1

Na een mooi, maar vermoeiend schooljaar is de zomervakantie begonnen en heb ik weer tijd om te lezen en te schrijven. Met een cadeaubon van het bestuur waarvoor ik werk heb ik een aantal boeken gekocht, die ik de komende tijd wil lezen en bespreken.

Afgelopen week begon de vakantie al voorzichtig met een filmvoorstelling (waarover later meer) en een etentje op een terras. Vanwege het prachtige weer zat het terras vol en dat leidde ertoe dat we een dame uitnodigde aan te schuiven. Later kwam ook haar partner en we raakten in een geanimeerd gesprek. Wat bleek: Inga Mol is ook schrijfster, ondermeer van kinderboeken. Haar boeken over Eddie, Belle en Flo heb ik aangeschaft met het vooruitzicht van de Kinderboekenweek 2019 in gedachten. Volgend jaar zit ik in de commissie die op school vorm moet geven aan de KBW. Het thema is reizen en ik ga twee dagen per week lesgeven aan groep 4/5. Te zijner tijd zal ik een recensie schrijven over deze boekjes.

Inga Mol heeft haar eigen website en Eddie, Belle en Flo zijn te vinden op Facebook

Een ander boek wat ik heb gekocht hangt samen met mijn belangstelling voor de Afscheiding, waarin Albert van Raalte, die zo’n belangrijke rol speelt in het leven van Machiel Dierks, een rol speelt.

Eerder meldde ik al dat ik het boek van Michiel van Diggelen De Exodus van Hendrik Peter Scholte had ontvangen.

Over dezelfde periode schreef ook Marcel de Jong het boek De Afscheiding waarin Hendrik de Cock de hoofdpersoon is.

In maart van dit jaar bracht ik een bezoekje aan Ulrum, het dorp waar deze roman zich afspeelt.

Ik ben gister begonnen met lezen en ik zal in de loop van de vakantie een uitgebreide recensie schrijven over de twee romans over de afscheiding en de relatie met met name deel 2 van Machiel Dierks.


De Exodus van Hendrik Peter Scholte

Naar aanleiding van mijn laatste Nieuwsbrief kreeg ik een mailtje van Michiel van Diggelen. Ik had Michiel alweer een tijd geleden in Utrecht ontmoet. We bleken een gedeelde belangstelling te hebben voor de mannen van de Afscheiding van 1834.

Om de een of andere reden verloren Michiel en ik elkaar uit het oog. Zijn boek verscheen in April vorig jaar. Die gebeurtenis is helaas aan mijn aandacht ontsnapt. Met het mailtje van Michiel was het contact weer hersteld en enige dagen later bracht de postbode ‘De Exodus van Hendrik Peter Scholte’

Nu lees ik het boek met veel interesse. Ik moet dat doen tussen de bedrijven door van een drukke baan in het onderwijs. Op deze plaats wil ik graag meer aandacht besteden aan Michiels werk. Omdat ik dat met zorg wil doen, moet het daarvoor eerst zomervakantie worden.

Ter introductie alvast een stukje uit Machiel Dierks, waarin Hein Scholte voorkomt.

Aan de Amsterdamse Baangracht, aan de rand van de stad, stopt een rijtuigje voor een groot pakhuistachtig gebouw van wel vijf verdiepingen.

‘Hier is het’, weet de voerman. Albert tast in zijn buidel. Hij rekent het bedrag af dat hij voor de rit verschuldigd is. De jonge dominee in spe stapt af. Even staat hij stil, terwijl de koetsier doorrijdt. Hij kijkt naar de voorstelling van de drie fonteinen op de gevelsteen, die de naam van het pand verraadt. 

‘Het is een suikerraffinaderij’, had Hein Scholte gezegd. ‘Mijn zwager is de eigenaar en hij heeft een ruimte op de bovenverdieping waar we kunnen vergaderen.’

Een sjouwer rijdt een kruiwagen vol suikerbroden naar buiten, naar een schuit die aan de kade ligt. Vanuit een groter schip wordt de ruwe rietsuiker aangevoerd. Het is een vreemde plaats waar ze hebben afgesproken. Albert heeft een hekel aan de geheimzinnigheid die rondom de ontmoeting heerst. Alsof het verkeerd is wat ze doen. 

Gedecideerd loopt hij door de openstaande deur naar binnen. Hij wordt al verwacht en een bediende komt hem tegemoet.

‘Of mijnheer mij maar wil volgen.’

De jongen gaat hem voor naar de tweede verdieping. Daar laat hij hem in een klein kamertje. 

‘Of u hier maar even wilt wachten. Mijnheer komt zo.’

Even later komt een man binnen. Hij steekt zijn hand naar Albert uit en stelt zich voor: ‘Daan Brandt. Ik ben de zwager van Hein. Dit hele boeltje is van mij. Ik heb een mooie ruimte waar jullie ongezien kunnen vergaderen. Het werkvolk is er aan gewend dat er regelmatig zakenrelaties langskomen. Zij zullen niets achter jullie komst zoeken. Hein zal je zo wel komen halen. Sorry dat ik je alleen laat, maar er komt juist een nieuwe zending ruwe suiker aan. Uit Suriname. Ik controleer de kwaliteit graag zelf.’

Als Daan is vertrokken, kijkt Albert het wachtkamertje eens rond, gaat zitten, staat weer op, loopt naar het raam en staart uit over de gracht en de weilanden daarachter. Eindelijk is het dan zover. Hij zal zijn benoeming krijgen. Niet in de hervormde kerk. Die deur had hij in december voorgoed dichtgeslagen. Hij had geen keuze,  In sommige wetten kon hij zich niet vinden en toen daar niet meer over te praten viel, heeft hij die brief gestuurd. En nu is hij hier in dit Amsterdamse pand, waar zijn vrienden aanwezig zijn voor de oprichtingssynode van hun eigen kerkgenootschap, dat illegaal is voor de wet. 

De deur gaat al open. Ditmaal is het Hein die hem komt halen. ‘Kom maar mee, we zitten boven’, gaat hij Albert voor. Om een grote tafel in het midden van de vergaderruimte zitten de mannen bijeen. Hein Scholte neemt zijn plaats aan het hoofd in. Naast hem zit Hendrik de Cock. En daar heb je ook George Gezelle Meerburg en dan zijn er nog de  ouderlingen.

‘Ben Ploeg uit Klundert’, stelt de man naast George zich voor. Albert vraagt zich af of Beausar daar nog steeds dominee is. Even denkt hij terug aan de man die zijn vader destijds in Fijnaart heeft bevestigd. Hij zal dat straks toch eens vragen aan die Ben. 

De broeders zijn allemaal eerder afgestudeerd dan Albert. Alle vijf waren ze beroepen en alle vijf zijn ze in de loop van de afgelopen anderhalf jaar als hervormd predikant afgezet vanwege hun overtuiging. Ook George, Simon en Anthony hebben de afgelopen maanden de nodige tegenwerking ondervonden en zijn uiteindelijk door het kerkbestuur uit hun ambt gezet. 

‘Ga zitten, Albert’, nodigt Hein en hij vervolgt: ‘Albert, je hebt een beroeping ontvangen voor onze gemeente Genemuiden/Mastenbroek. We kennen je en jij kent ons en onze kerk. We hebben er over vergaderd en we hebben gestemd, maar tenslotte hebben we God door het lot laten beslissen. We moeten je wel ondervragen voor we je daadwerkelijk kunnen benoemen.’

‘Ja, natuurlijk’, antwoordt de kandidaat en hij kijkt zijn vrienden open in de ogen. 

‘De vergadering heeft mij tot preses gekozen, dus ik zal je de vragen stellen. Ben je er klaar voor?’

‘Ja hoor, brand maar los.’

Wil je meer weten over de voortgang van deel 3 van Machiel Dierks? Kijk dan op mijn site.


In het kielzog van dominee van Raalte

In 1847 vertrok dominee van Raalte vanuit Arnhem met een aantal van zijn volgelingen naar de Verenigde Staten. De dominee van de ‘Afscheiding van 1835’ stichtte er Holland Michigan. De Hollanders ontgonnen de wouden en vestigden zich in nieuwe gehuchten, die uitgroeiden tot dorpen en stadjes met namen als Zeeland en Overijssel.

vanraalteblokhut

Blokhut in de bossen van Michigan met rechts op de voorgrond dominee van Raalte

In 1854 volgden ook een aantal families uit Noord-Brabants Westhoek. Onder hen Ben Ploeg en zijn gezin uit Klundert.

Schip: South CarolinaAankomst: 1855Ploeg:Boot

Registratie van de aankomst van de familie Ploeg op Ellis Island in 1854

Ben Ploeg was een gekend man in de kring van de afgescheidenen en het verloop van zijn leven in de VS is goed te volgen. Andere families die in 1854 vertrokken zijn:

De familie Teunis de Frel en Adriana Sulkers (Standdaarbuiten/Zevenbergen/Klundert)
De familie Leendert Klein (Klundert) en Jannigje Korteweg (Fijnaart)
? Ardon en Johanna ? (Klundert)

Na de komst van van Raalte naar Nederland 1n 1866 en zijn preek in de Hervormde Kerk aldaar, volgden nog enkele families, zoals de familie van Dis uit Klundert.

Schip- CellaAankomst- 1867vanDis kopie

Registratie van de aankomst van de familie van Dis op Ellis Island in 1867.


Van Raalte opnieuw in Fijnaart

Toen ik deel twee van Machiel Dierks had afgerond, dacht ik dat daarmee de levens van Machiel en de domineeszoon Albert van Raalte voorgoed uiteen waren gegaan.

In 1866 komt van Raalte echter voor enkele maanden terug naar Nederland. Getuige het bericht van 24 juli 1866 uit ‘De Heraut’, preekt van Raalte in de Hervormde Kerk in Fijnaart.

In datzelfde jaar is ook Machiel voor even terug in het dorp. Het wordt een vreemde ontmoeting die de twee mannen hebben, negentien jaar na hun laatste treffen.

1866:31:7vanraaltefijnaart1866:31:7raaltefijnaart2


Fietsen langs de veldtocht deel 1

De afgelopen dagen heb ik met mijn jeugdvriendin Anneke een fietstocht gemaakt langs de route van de Tiendaagse Veldtocht. Aan de hand van fragment uit het boek wilden we een aantal plekken bezoeken. Jammer genoeg waren we door de extreme hitte niet in staat alles te doen wat we ons hadden voorgenomen, maar de eerste dag verliep uitstekend.

De stille straatweg doorsnijdt het onafzienbare heideveld. Een eenzame herder hoedt zijn schapen. Slechts even kijkt hij op bij het naderende geluid van marcherende soldatenlaarzen. Hij is het voortdurend komen en gaan van militairen gewend. Aan de rand van de vlakte ligt immers kamp Rijen.

IMG_0452

Maar Co kijkt zijn ogen uit. Bijna 10.000 man hebben hier hun bivak. De hele eerste divisie is samengetrokken. Soldaten zitten voor hun tenten en poetsen hun geweren. Anderen verstellen hun uniform. Een marketenster verkoopt jenever aan een paar soldaten. Een groep officieren bespreekt met grote gebaren verschillende gevechtstechnieken. Een onderofficier schrijft een brief naar huis. In open vuurplaatsen worden grote stukken vlees gebraden. Een bataljon treedt aan, klaar om te gaan marcheren. Houten loodsen functioneren als koffiehuis, eetzaal en ontspanningsruimte. Verschillende tenten doen dienst als kerk, politiewacht of wapenopslag. En midden in het kamp staat, omgeven door berken, het onderkomen van de prins Admiraal.

Kamp Rijen

De plek waar ooit het kamp Rijen lag

Tien dagen later is het Waterloodag. In het kamp heerst een feestelijke stemming.Overal hangen oranje en rood-wit-blauw gekleurde vlaggetjes aan tenten. Parades worden gehouden en er klinkt opwekkende marsmuziek van een militair blazersorkest.

Voor zijn tent wrijft Co zijn laarzen nog eens extra glanzend en borstelt zijn jas schoon. Vandaag zal de prins zelf de troepen inspecteren. Co pakt zijn geweer en zet het glimmende bajonet erop. Even streelt zijn hand het lemmet. Onwillekeurig gaan zijn gedachten naar de dode blauwkiel.

‘Hé Van Slot’, slaat een maat hem op zijn schouder: ‘Opschieten man, we moeten op appél.’ Werktuiglijk grijpt hij zijn wapen vast en volgt zijn kameraad. Stram staan ze even later met 10.000 anderen in gevechtsorde op de hei. Trompetten schallen en kondigen de komst van de kolonel generaal aan. Co is onder de indruk van de hoogheid op zijn paard. Vol bewondering kijkt hij op naar de prins in zijn majesteitelijk uniform met de brede, goudkleurige epauletten, de hoge pluim op zijn steek en de sabel in zijn hand. Juist voor het bataljon houdt het gezelschap onverwachts halt. Ze stijgen af, ook de prins. Verwachtingsvol kijken de mannen toe hoe een prachtig nieuw vaandel wordt ontrold en aan de hoogheid overhandigd. En dan gebeurt het ontstellende. De prins richt zich speciaal tot hen.

‘Majoor van Pabst, mannen. Jullie inzet en trouw is mij, is ook het thuisfront niet ontgaan. Daarom heeft de bevolking van Haarlem gemeend jullie te moeten voorzien vaneen prachtig nieuw vaandel, door de vrouwen van de stad zo kunstig gemaakt. Uit naam van alle thuissteden mag ik u majoor het banier overhandigen’

Onder luid gejuich neemt de majoor het vaandel in ontvangst en de prins gaat verder.

‘Ga met volharding voort op de ingeslagen weg van eer. Spoedig zal de gelegenheid zich voordoen dat jullie de vijand onder ogen zullen zien. Wees dan je naam en dit vaandel waardig en gedenk deze dag, de 18de juni, als de dag waarin dat andere bloed heeft gevloeid voor vrijheid en vaderland.’

In een korte toespraak bedankt de majoor de prins en de burgers van Haarlem, maar Co hoort het niet meer. Hij verfoeit alle lof en eer die hen wordt toegezwaaid, vindt zichzelf onwaardig. Als de majoor zijn betoog beëindigt, barst het gejubel pas goed los en van alle kanten klinkt: ‘Leve de koning!’ en ‘Leve het vaderland!’ Maar Co is in gedachten bij de dode man in het bos onder Roosendaal. Terwijl zijn kameraden feesten, trekt hij zich terug. In somberheid verzonken brengt hij urenlang eenzaam door achter de barakken aan de rand van het terrein. Pas in het diepst van de nacht zoekt hij zijn tent op, waar de maats in een diepe dronken slaap liggen.

fullsizeoutput_599

De kampstraat ontleent zijn naam aan het voormalige legerkamp

Nog ruim een week blijft de hele eerste divisie op de hei bij Rijen. De exercities en de discipline dringen Co’s sombere gedachten naar de achtergrond. De voorbereidingen op de oorlog eisen al zijn aandacht.

En dan moeten ze plaats maken voor de tweede divisie. 10.000 man worden ingekwartierd in de contreien van het kamp. Het bataljon van Co verhuist naar Gilze.

We passeren een oude boerderij die er in het eerste kwart van de 19de eeuw al stond

fullsizeoutput_59a

De Molen stond niet op de planning, maar dateert ook uit die periode.fullsizeoutput_59d

Het gehucht Loveren ligt in Baerle met een prachtig pleintje in het midden en een aantal oude boerenhuizen …IMG_0462…en de voormalige herberg ‘De Zwaan’. Leuk detail is dat de Nederlands/Belgische grens door de voordeur van het pand loopt.IMG_0463

De Baerlebrug kruist de Mark, een nog intact beekdal. Helaas stond het riviertje droog.

fullsizeoutput_59e

Hier lag een voorpost van het leger van Willem I. In deze contreien moet het bataljon van Jacob van Slot hun eerste bivak hebben gehad.

fullsizeoutput_59f