Categorie archief: Religie

Over boeken 1

Na een mooi, maar vermoeiend schooljaar is de zomervakantie begonnen en heb ik weer tijd om te lezen en te schrijven. Met een cadeaubon van het bestuur waarvoor ik werk heb ik een aantal boeken gekocht, die ik de komende tijd wil lezen en bespreken.

Afgelopen week begon de vakantie al voorzichtig met een filmvoorstelling (waarover later meer) en een etentje op een terras. Vanwege het prachtige weer zat het terras vol en dat leidde ertoe dat we een dame uitnodigde aan te schuiven. Later kwam ook haar partner en we raakten in een geanimeerd gesprek. Wat bleek: Inga Mol is ook schrijfster, ondermeer van kinderboeken. Haar boeken over Eddie, Belle en Flo heb ik aangeschaft met het vooruitzicht van de Kinderboekenweek 2019 in gedachten. Volgend jaar zit ik in de commissie die op school vorm moet geven aan de KBW. Het thema is reizen en ik ga twee dagen per week lesgeven aan groep 4/5. Te zijner tijd zal ik een recensie schrijven over deze boekjes.

Inga Mol heeft haar eigen website en Eddie, Belle en Flo zijn te vinden op Facebook

Een ander boek wat ik heb gekocht hangt samen met mijn belangstelling voor de Afscheiding, waarin Albert van Raalte, die zo’n belangrijke rol speelt in het leven van Machiel Dierks, een rol speelt.

Eerder meldde ik al dat ik het boek van Michiel van Diggelen De Exodus van Hendrik Peter Scholte had ontvangen.

Over dezelfde periode schreef ook Marcel de Jong het boek De Afscheiding waarin Hendrik de Cock de hoofdpersoon is.

In maart van dit jaar bracht ik een bezoekje aan Ulrum, het dorp waar deze roman zich afspeelt.

Ik ben gister begonnen met lezen en ik zal in de loop van de vakantie een uitgebreide recensie schrijven over de twee romans over de afscheiding en de relatie met met name deel 2 van Machiel Dierks.


De Exodus van Hendrik Peter Scholte

Naar aanleiding van mijn laatste Nieuwsbrief kreeg ik een mailtje van Michiel van Diggelen. Ik had Michiel alweer een tijd geleden in Utrecht ontmoet. We bleken een gedeelde belangstelling te hebben voor de mannen van de Afscheiding van 1834.

Om de een of andere reden verloren Michiel en ik elkaar uit het oog. Zijn boek verscheen in April vorig jaar. Die gebeurtenis is helaas aan mijn aandacht ontsnapt. Met het mailtje van Michiel was het contact weer hersteld en enige dagen later bracht de postbode ‘De Exodus van Hendrik Peter Scholte’

Nu lees ik het boek met veel interesse. Ik moet dat doen tussen de bedrijven door van een drukke baan in het onderwijs. Op deze plaats wil ik graag meer aandacht besteden aan Michiels werk. Omdat ik dat met zorg wil doen, moet het daarvoor eerst zomervakantie worden.

Ter introductie alvast een stukje uit Machiel Dierks, waarin Hein Scholte voorkomt.

Aan de Amsterdamse Baangracht, aan de rand van de stad, stopt een rijtuigje voor een groot pakhuistachtig gebouw van wel vijf verdiepingen.

‘Hier is het’, weet de voerman. Albert tast in zijn buidel. Hij rekent het bedrag af dat hij voor de rit verschuldigd is. De jonge dominee in spe stapt af. Even staat hij stil, terwijl de koetsier doorrijdt. Hij kijkt naar de voorstelling van de drie fonteinen op de gevelsteen, die de naam van het pand verraadt. 

‘Het is een suikerraffinaderij’, had Hein Scholte gezegd. ‘Mijn zwager is de eigenaar en hij heeft een ruimte op de bovenverdieping waar we kunnen vergaderen.’

Een sjouwer rijdt een kruiwagen vol suikerbroden naar buiten, naar een schuit die aan de kade ligt. Vanuit een groter schip wordt de ruwe rietsuiker aangevoerd. Het is een vreemde plaats waar ze hebben afgesproken. Albert heeft een hekel aan de geheimzinnigheid die rondom de ontmoeting heerst. Alsof het verkeerd is wat ze doen. 

Gedecideerd loopt hij door de openstaande deur naar binnen. Hij wordt al verwacht en een bediende komt hem tegemoet.

‘Of mijnheer mij maar wil volgen.’

De jongen gaat hem voor naar de tweede verdieping. Daar laat hij hem in een klein kamertje. 

‘Of u hier maar even wilt wachten. Mijnheer komt zo.’

Even later komt een man binnen. Hij steekt zijn hand naar Albert uit en stelt zich voor: ‘Daan Brandt. Ik ben de zwager van Hein. Dit hele boeltje is van mij. Ik heb een mooie ruimte waar jullie ongezien kunnen vergaderen. Het werkvolk is er aan gewend dat er regelmatig zakenrelaties langskomen. Zij zullen niets achter jullie komst zoeken. Hein zal je zo wel komen halen. Sorry dat ik je alleen laat, maar er komt juist een nieuwe zending ruwe suiker aan. Uit Suriname. Ik controleer de kwaliteit graag zelf.’

Als Daan is vertrokken, kijkt Albert het wachtkamertje eens rond, gaat zitten, staat weer op, loopt naar het raam en staart uit over de gracht en de weilanden daarachter. Eindelijk is het dan zover. Hij zal zijn benoeming krijgen. Niet in de hervormde kerk. Die deur had hij in december voorgoed dichtgeslagen. Hij had geen keuze,  In sommige wetten kon hij zich niet vinden en toen daar niet meer over te praten viel, heeft hij die brief gestuurd. En nu is hij hier in dit Amsterdamse pand, waar zijn vrienden aanwezig zijn voor de oprichtingssynode van hun eigen kerkgenootschap, dat illegaal is voor de wet. 

De deur gaat al open. Ditmaal is het Hein die hem komt halen. ‘Kom maar mee, we zitten boven’, gaat hij Albert voor. Om een grote tafel in het midden van de vergaderruimte zitten de mannen bijeen. Hein Scholte neemt zijn plaats aan het hoofd in. Naast hem zit Hendrik de Cock. En daar heb je ook George Gezelle Meerburg en dan zijn er nog de  ouderlingen.

‘Ben Ploeg uit Klundert’, stelt de man naast George zich voor. Albert vraagt zich af of Beausar daar nog steeds dominee is. Even denkt hij terug aan de man die zijn vader destijds in Fijnaart heeft bevestigd. Hij zal dat straks toch eens vragen aan die Ben. 

De broeders zijn allemaal eerder afgestudeerd dan Albert. Alle vijf waren ze beroepen en alle vijf zijn ze in de loop van de afgelopen anderhalf jaar als hervormd predikant afgezet vanwege hun overtuiging. Ook George, Simon en Anthony hebben de afgelopen maanden de nodige tegenwerking ondervonden en zijn uiteindelijk door het kerkbestuur uit hun ambt gezet. 

‘Ga zitten, Albert’, nodigt Hein en hij vervolgt: ‘Albert, je hebt een beroeping ontvangen voor onze gemeente Genemuiden/Mastenbroek. We kennen je en jij kent ons en onze kerk. We hebben er over vergaderd en we hebben gestemd, maar tenslotte hebben we God door het lot laten beslissen. We moeten je wel ondervragen voor we je daadwerkelijk kunnen benoemen.’

‘Ja, natuurlijk’, antwoordt de kandidaat en hij kijkt zijn vrienden open in de ogen. 

‘De vergadering heeft mij tot preses gekozen, dus ik zal je de vragen stellen. Ben je er klaar voor?’

‘Ja hoor, brand maar los.’

Wil je meer weten over de voortgang van deel 3 van Machiel Dierks? Kijk dan op mijn site.


Het Heilig Oliesel

ce7759d18b6c0b99011ea6a515b42906b37b154c7023381b7d3290a5c5b93c5e

Hier heb ik lang naar gezocht. In mijn boek overlijdt een klein katholiek kindje. Ik liet de pastoor komen om haar het heilig oliesel toe te dienen (bedienen). Ik ging echter twijfelen, omdat het heilig oliesel ter vergeving van zonden is. En een kindje van nog geen twee? Ik heb vragen gesteld aan mensen van wie ik dacht dat ze het konden weten, maar niemand kon mij verder helpen.
Toch maar weer gegoogled en dit gevonden. Het Heilig Oliesel kan pas toegediend worden aan hen die de jaren van het verstand hebben bereikt. Wanneer dat dan is? Daarop zijn twee antwoorden:
1) Als een kind gevormd wordt: ‘Wat noemt men de jaren van verstand Als men begint onderscheid te maken tusschen goed en kwaad hetwelk gewoonlijk begint omtrent de zeven jaren’
2) Bij de Heilige communie: ‘Wat verstaat gij door de jaren van verstand Als men onderscheid kan maken tusschen de goddelijke spijs en de spijsdeslichaams hetgeen omtrent de twaalf jaren is’
Maar schrappen dat Heilig Oliesel dus.


Carnaval

Jaren geleden liep ik in Fijnaart mee in de Carnavalsoptocht. Ik heb het altijd een mooi feest gevonden. Het levensritme in de Randstad weerhoudt me er al vele jaren van tijdens vastenavond naar het zuiden af te zakken. Op deze carnavalszaterdag vraag ik me af hoe in de 19de eeuw Machiel carnaval zal hebben gevierd.

Voor wat achtergrondinformatie over de geschiedenis van Carnaval heb ik de hier al eerder aangehaalde site van Jef de Jager geraadpleegd.

Ook op dit speciale vastenavondblog is het een en ander te vinden

Voor iedereen die Carnaval viert: Fijne dagen en tot woensdag.

carnaval


Verboden te lezen!

Dat een dagloner als Machiel beter leert lezen van een pastoor ligt niet voor de hand. De pastoor had dan ook zijn redenen.

Lees het artikel: Verboden te lezen; censuur in de 19de eeuw:

“Tot diep in de 19de eeuw keurden geestelijken het lezen door het gewone volk af. Lezen zou lui maken, tijdsverspilling zijn of eenvoudige mensen op de verkeerde ideeën brengen. Vooral romans waren slecht: ze hadden een afstompende werking op het geweten en verslapten de wil.”

Portret van Emile Zola door Edouard Manet, 1867 – 1868. Musee d’Orsay, Parijs.  Wikimedia commons

Portret van Emile Zola door Edouard Manet, 1867 – 1868. Musee d’Orsay
Wikimedia commons


Leren lezen

Een erg leuke bronnensite is de collectie van het Nederlandsch schoolmuseum.

Ik heb er een uitgave gevonden van een boekje, waaruit Machiel beter leert lezen. Pastoor van Gils heeft het in zijn boekenkast staan.  Hieruit onderricht hij Machiel niet alleen in het lezen.

Hier de link naar het boekje als eBook http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200017


Albert van Raalte

Sociëteit Minerva in Leiden; 1830

Sociëteit Minerva in Leiden; 1830

Een van de hoofdpersonen in mijn boek is de historische Albert van Raalte, de latere stichter van Holland, Michigan. Hij was één van de voormannnen van de afscheiding van 1834. Deze beweging zette zich af tegen verlichtte tendenzen binnen de Hervormde Kerk ten tijde van Willem I.

De vader van Albert van Raalte was dominee in Fijnaart van 1828 – 1833. Het is dan ook meer dan waarschijnlijk dat Albert meerdere malen in Fijnaart is geweest. Met name voor de zomer van 1832 zijn daarvoor zeer sterke aanwijzingen. van Raalte studeerde toen in Leiden, waar juist de cholera epidemie woedde. De cholera bewerkstelligt een keerpunt in zijn leven.

Voor die tijd was Albert als de meeste studenten in die tijd lid van de sociëteit. Deze levenswijze keerde hij in de zomer van 1832 de rug toe.

In mijn boek ontmoet hoofdpersoon Machiel deze Albert een paar keer, met de nodige gevolgen.