Categorie archief: boek

Adriaan van Bevervoorde

Bevervoorde1848 kleinIn mijn vorige bericht verwees ik al naar jonkheer Adrien Jean Eliza Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule

Het jaar 1848 was in Europa een rumoerig jaar van burgerlijke opstanden en revoluties. Het is het jaar waarop Koning Willem I naar zijn eigen zeggen in één nacht van conservatief tot liberaal was geworden.

Van Bevervoorde had over die ontwikkeling langer gedaan en had zich zelfs ontpopt als democratisch publicist. De publicaties en daden van de progressieve jonkheer zijn ongetwijfeld van invloed geweest op Willem I, die bang was voor een revolutie ook in eigen land.

Op 16 maart 1848 kwamen burgers in verschillende steden op de been om het ontslag van de zittende regering te vieren. Zo ook in Den Haag:

ddd_010058925_mpeg21_p003_image

De stoet werd voorafgegaan door Karel Enthoven, de zoon van de eigenaar van de fabriek. Bevervoorde bevond zich onder de menigte en werd door de mensen toegejuicht en op de schouders genomen.

Ik stel mij voor dat ook Machiel Dierks zich onder de betogers bevond en wellicht mee Bevervoorde op de schouders nam. Maar hoe kreeg Karel Enthoven de arbeiders zover dat zij de koning toejuichen en wat was de invloed van het gedachtengoed van van Bevervoorde op deze mensen?

Meer over van Bevervoorde leest u bij in de samenvatting van Robijns. Hij beschrijft het leven van de jonkheer uitgebreider in zijn boek: Radicalen in Nederland. Opmerkelijk: In de KB staat dit boek in de leeszaal onder de rubriek criminologie.

 

BewarenBewaren


Op zoek naar een jonkheer.

Na een (te) drukke periode, heb ik eindelijk weer tijd om een lange, rustgevende wandeling door de duinen en langs het strand te maken. Hieronder een sfeerimpressie van mijn rondje van vanmorgen en dan nu op zoek naar:

Jonkheer Adrien Jean Eliza Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule

Wie de jonkheer is en wat hij te maken heeft met Machiel Dierks is voor een later bericht.

IMG_0359IMG_0363IMG_E0364IMG_0366IMG_0367IMG_0368


Boekenweek

In het kader van het thema van de boekenweek een stukje uit ‘Kunst van Leven’.

fochtloerveen

Een pad loopt door het oude landschap. Langs de kant staat een berk. Zijn frisse bladgroen tekent scherp af tegen het wit van de stam en de helderblauwe lucht. Struiken en opslag groeien tussen grassen en hei. Een adder kronkelt zich ongezien een weg, een zandhagedis kruist het pad.
De wandelaar komt hier graag. Hij geniet van de weidsheid en de stilte. Kleurige vlinders fladderen van bloem naar bloem en libellen scheren sierlijk over het water. Daar groeien veenmossen en wollegras. Zangvogeltjes zingen hun vrolijke lied.
Het is een kwetsbaar gebied, met nog wat laatste resten levend hoogveen. De rest van het veen werd afgegraven of platgebrand. Wat natuurlijk lijkt, wordt nu door menselijk ingrijpen beschermd tegen verdroging en verzuring.
De sloot is afgedamd om verdere ontwatering tegen te gaan. Bedreigde soorten houden zich moeizaam in stand in dit relict van hun leefmilieu.
De wandelaar bekommert zich om de kwetsbare biodiversiteit, zoals hij zich zorgen maakt over alles wat weerloos is. Het kind dat, afgekocht met dure cadeaus, snakt naar de aandacht van zijn ouders. Het huisdier dat als een overbodig ding achtergelaten wordt in een bos. De aarde zelf, die moeder die ons draagt, maar nauwelijks nog bij machte is te herstellen van de uitbuiting van haar grondstoffen.
Een kraanvogel vliegt met gestrekte hals over. De aanblik verheugt de wandelaar. Dat deze vogel broedt in dit gebied is een teken dat de beschermingsmaatregelen vrucht afwerpen. Het stemt hem hoopvol voor de toekomst van de aarde.


1287 verdeling van het land van Breda

Na een paar dagen ertussenuit te zijn geweest, ben ik hard aan het werk aan het boek over de Mooye Keene en de Keenesluis.

Het wordt een geschiedenisboek, waarbij de waterloop centraal staat. Iedere periode wordt verlevendigd met een geromantiseerd verhaal rondom een historische gebeurtenis.

Het verhaal begint op 12 juni 1287 wanneer Jan I, hertog van Brabant, het land van Breda beleend aan  Raso van Gaveren en  Gerard van Wesemale. Raso werd heer van Breda en Gerard kreeg stad en land van Bergen op Zoom. Het veengebied bij de Barlake in het noordwesten maakte deel uit van een condominium, waar beide heren het recht hadden hun gezag uit te oefenen.

In het Nationaal Archief bevindt zich de akte van de verdeling.

Een vertaling van de Latijnse tekst door Geertrui Van Synghel staat op internet. Hieruit een klein stukje.

….. En dit gedaan zijnde zal Gerard van Wezemaal de rest van het land van Breda gelijkelijk verdelen met de heer van Liedekerke, van begin tot eind, in hoog en laag, in vochtig en droog, zonder alle ruzies en bedrog …..


De 3 fonteinen

Ik weet nog niet zeker welke rol Albert van Raalte in deel 2 van Machiel Dierks krijgt. De geschiedenis van deze dominee van de afscheiding van 1835 is zeker interessant. Op 2 maart 1836 is de religieuze stroming een feit. Dan vindt de  oprichtingssynode plaats in het gebouw de 3 fonteinen aan de Baangracht te Amsterdam. Maar waar is die Baangracht en wat voor gebouw was het waar de vrienden vergaderden? Dat was een hele uitzoekerij.

Om te beginnen moest ik erachter komen dat de Baangracht de huidige Lijnbaansgracht is.  Daar werden in 1933 verschillende panden gesloopt.

osim00005005116

Het hoge pand links op de beide foto’s is ‘De drie fonteinen’. Het is te herkennen aan de gevelsteen in het midden.

bmab00033000088_007

Daarop zijn de drie fonteinen te zien, die de naam geven aan het pand.

osim00003004483

Sinds de 18e eeuw was hier een suikerraffinaderij gevestigd. In 1836 was dit in eigendom van Jan Daniel Brandt, zwager van Hein Scholte, één van de andere voormannen van de Afscheiding.

Een vreemde plaats voor een kerkelijke synode, maar de oprichting moest in het geheim geschieden. De dominees van de Afscheiding waren in de voorgaande jaren door de Hervormde kerk uit hun ambt gezet. Het kerkbestuur zag hen als opruiers en scheurmakers. Albert van Raalte was om die reden zelfs niet toegelaten. Ze werden jarenlang vervolgt en predikten illegaal.

Jan Daniel Brandt bleef zijn pand ter beschikking stellen van het groeiende kerkgenootschap. Hij werd daarvoor op 12 december 1836 beboet wegens ‘het houden van ongeoorloofde bijeenkomsten van meer dan 20 personen.’

algr001disp03ill81


Leentje

Ik kwam haar toevallig tegen. Zo stel ik mij Leentje voor in haar eerste huwelijksjaar met Machiel. Bij het zien van deze afbeelding schoot mij onmiddellijk de volgende (concept) scene uit deel 2 te binnen.

Machiel slaat zijn ogen op. Het lijkt wel of hij bewusteloos is geweest, zo diep heeft hij geslapen. Het is gedaan. Het delven is voorbij en hij hoeft niet meer. Hij voelt naast zich, maar Leentje ligt er niet. Haar plaats is niet eens meer warm. Ze moet al lang op zijn.

In de keuken ligt Arjaantje in de krib stil te sluimeren. Zie je nu wel. Niets aan de hand. Maar waar is Leen?

In het varkenshok kijkt Leentje toe hoe de zeug luidruchtig slobbert van de brij die zij het dier zojuist heeft gegeven. Ze is boos. Oh, ze begrijpt best dat het werk zwaar is, maar Machiel was zo liefdeloos geweest gisteravond. Snapt hij nou echt niet haar zorg om het kind? Zachtjes gaat de deur van het hok open. In de streep licht staat Machiel. Schuchter kijkt Leentje naar hem op. Machiel schrikt van de blik in haar ogen, waarin boosheid en verdriet vechten om voorrang.

‘Leen, wa is er?’
‘Niks’, haalt Leentje haar schouders op.
‘Leen…?’
‘Giel.’
‘Zie je nou dat er niks is met ons Arieke.’
‘Ja maar ik was zo bezorgd, Giel en je deed zo lelijk.’
‘Moe Leentje. Ik was zo moe.


Winterse groet

Ik wens iedereen fijne feestdagen en hoop op een vrediger 2017 voor de wereld met dit winterlandschap van Valerius de Saedeleer

a0104474_7512627-1

De Vlaamse schilder inspireerde Bep Bernard tot het maken van één van zijn pentekeningen. Deze tekening staat ook in ons boek ‘Kunst van Leven’, dat nu bij de drukker ligt, voorzien van onderstaande tekst van mijn hand.

saedeleer-1

 

Het glooiende landschap gaat gehuld in een kleed van smetteloze sneeuw. Voorzichtig tekenen de heuvels zich af in schakeringen van wit. De huizen en bomen rondom contrasteren als donkere silhouetten. De wereld schijnt de wandelaar een schilderij van de Vlaamse schilder die uit deze buurten kwam.

Voorzichtig, bijna spijtig, betreedt hij het maagdelijk tapijt. De wereld van weleer, is niet meer. Het is zijn verbeelding die het landschap leeg maakt, als dat van toen. In gedachten ziet hij eenvoudige mensen in sobere onderkomens   bijeen rondom een knusse haard. Ook dat is een vertekend beeld, hij weet het. Het werkelijke leven op dit Vlaamse land was voor de meeste van haar bewoners hard en verre van romantisch.

Hier leefde men van wat de aarde opbracht. De grond was versnipperd en velen waren de streek ontvlucht om een nieuw leven op te bouwen in een ver en onbekend land.

Een auto rijdt langzaam voorbij, de banden knerpen over de verse sneeuw. Het brengt de wandelaar terug tot het heden. Het oude boerderijtje is verbouwd tot een moderne woning. Verderop staan volledig nieuwe huizen. Grijze wolken duiden erop dat spoedig verse sneeuw zal vallen. De wind wakkert aan en de wandelaar voelt de kou. Hij steekt zijn handen diep in zijn zakken en versnelt zijn pas. Nog even en hij zal zijn bestemming bereiken. Een heerlijke wandeling door het winterse landschap, die eindigt aan een haardvuur met een glas goede wijn.