Categorie archief: deel 2

De Moen & Co

In deel 2 van Machiel Dierks speelt Albert van Raalte een belangrijke rol. In 1840/41 begint deze dominee van de afscheiding samen met zijn zwager Carel de Moen een pottenbakkerij en een tichelarij, onder de firmanaam De Moen en Co.

feb 1841

2:3:1841

De fabrieken boden werk aan volgelingen van de dominee, die als gevolg van de afscheiding brodeloos waren geworden.

In de zomer van 1840 werd in Zwolle een nijverheidstentoonstelling gehouden

catalogus

Daar werden producten getoond, die in de pottenbakkerij waren gemaakt.

Naamloos

De Pottenbakkerij had een vroeg fabrieksmatig karakter. Een afbeelding uit het prachtige Boek der Uitvindingen, Ambachten en Fabrieken laat zien hoe zo’n pottenbakkerij er uit kan hebben gezien.

 

pottenbakkerij


Vervolgd

Albert van Raalte, de domineeszoon die in deel 1 van Machiel Dierks een soort vriendschapsband krijgt met Machiel, wordt als dominee van de afscheiding vervolgd.

In de periode 1836 tot 1839 zijn de predikanten genoodzaakt in de illegaliteit te preken in huiskamers en schuren. Er zijn verschillende incidenten, waarbij bijeenkomsten door burgemeesters en politie worden verstoord. Albert wordt beschimpt en bespot en  in November 1836 loopt het in Ommen zodanig uit de hand, dat er berichten over verschijnen in de landelijke pers.

Onderstaande tekening geeft de situatie weer, zoals de tekenaar die zag. Een woedende menigte wil de dominee te lijf. Albert is de man met de kuitbroek en het befje, het ambtsgewaad van een dominee in die tijd.
Vervolgingen-Oefening-Van-Raalte

Bij het ambtsgewaad hoorde ook een driekantige steek.

zwarte-driekante-steek-of-tricorne-museum-rotterdam

Een verslag van de gebeurtenissen kwam  in verschillende kranten, waarin de dominee een onruststoker wordt genoemd

ddd_010772249_mpeg21_p002_image


De 3 fonteinen

Ik weet nog niet zeker welke rol Albert van Raalte in deel 2 van Machiel Dierks krijgt. De geschiedenis van deze dominee van de afscheiding van 1835 is zeker interessant. Op 2 maart 1836 is de religieuze stroming een feit. Dan vindt de  oprichtingssynode plaats in het gebouw de 3 fonteinen aan de Baangracht te Amsterdam. Maar waar is die Baangracht en wat voor gebouw was het waar de vrienden vergaderden? Dat was een hele uitzoekerij.

Om te beginnen moest ik erachter komen dat de Baangracht de huidige Lijnbaansgracht is.  Daar werden in 1933 verschillende panden gesloopt.

osim00005005116

Het hoge pand links op de beide foto’s is ‘De drie fonteinen’. Het is te herkennen aan de gevelsteen in het midden.

bmab00033000088_007

Daarop zijn de drie fonteinen te zien, die de naam geven aan het pand.

osim00003004483

Sinds de 18e eeuw was hier een suikerraffinaderij gevestigd. In 1836 was dit in eigendom van Jan Daniel Brandt, zwager van Hein Scholte, één van de andere voormannen van de Afscheiding.

Een vreemde plaats voor een kerkelijke synode, maar de oprichting moest in het geheim geschieden. De dominees van de Afscheiding waren in de voorgaande jaren door de Hervormde kerk uit hun ambt gezet. Het kerkbestuur zag hen als opruiers en scheurmakers. Albert van Raalte was om die reden zelfs niet toegelaten. Ze werden jarenlang vervolgt en predikten illegaal.

Jan Daniel Brandt bleef zijn pand ter beschikking stellen van het groeiende kerkgenootschap. Hij werd daarvoor op 12 december 1836 beboet wegens ‘het houden van ongeoorloofde bijeenkomsten van meer dan 20 personen.’

algr001disp03ill81


Leentje

Ik kwam haar toevallig tegen. Zo stel ik mij Leentje voor in haar eerste huwelijksjaar met Machiel. Bij het zien van deze afbeelding schoot mij onmiddellijk de volgende (concept) scene uit deel 2 te binnen.

Machiel slaat zijn ogen op. Het lijkt wel of hij bewusteloos is geweest, zo diep heeft hij geslapen. Het is gedaan. Het delven is voorbij en hij hoeft niet meer. Hij voelt naast zich, maar Leentje ligt er niet. Haar plaats is niet eens meer warm. Ze moet al lang op zijn.

In de keuken ligt Arjaantje in de krib stil te sluimeren. Zie je nu wel. Niets aan de hand. Maar waar is Leen?

In het varkenshok kijkt Leentje toe hoe de zeug luidruchtig slobbert van de brij die zij het dier zojuist heeft gegeven. Ze is boos. Oh, ze begrijpt best dat het werk zwaar is, maar Machiel was zo liefdeloos geweest gisteravond. Snapt hij nou echt niet haar zorg om het kind? Zachtjes gaat de deur van het hok open. In de streep licht staat Machiel. Schuchter kijkt Leentje naar hem op. Machiel schrikt van de blik in haar ogen, waarin boosheid en verdriet vechten om voorrang.

‘Leen, wa is er?’
‘Niks’, haalt Leentje haar schouders op.
‘Leen…?’
‘Giel.’
‘Zie je nou dat er niks is met ons Arieke.’
‘Ja maar ik was zo bezorgd, Giel en je deed zo lelijk.’
‘Moe Leentje. Ik was zo moe.


Dirk Blikman Kikkert

Deel 2 van Machiel Dierks vordert gestaag. Een belangrijke rol in dit deel is weggelegd voor Dirk Blikman Kikkert, een historische figuur. Hij was de zwager van Albert van Raalte en een welgesteld ondernemer. Hij is cargadoor, fabriekseigenaar en heeft aandelen in verschillende schepen en verzekeringsmaatschappijen.

Op zoek naar informatie over de man vond ik het woonadres van de familie aan het eind van de jaren 1840, wanneer hij zijn rol speelt in het leven van Machiel.

ddd_010090377_mpeg21_p004_image

De Buitenkant ligt op het Waalseiland aan het Oosterdok. Ik heb onderstaande afbeeldingen gebruikt om me te laten inspireren tot het volgende korte fragment:

Dirk Blikman Kikkert zit achter het Engelse mahoniehouten bureau in zijn werkkamer. Hij leunt achterover, zijn handen achter zijn hoofd en kijkt tevreden het vertrek rond. Het huis aan de Buitenkant aan het Oosterdok bevalt hem buitengewoon. Onlangs zijn ze verhuisd van het Singel naar het Waalseiland. Hier wonen reders, bevrachters en verzekeraars bij elkaar. Het is een mooie historische plek, van waaruit van oudsher de schepen vertrokken naar de oost. Dirk neemt een briefomslag van de stapel post op zijn bureau. Verbaasd kijkt hij naar het handschrift van zijn zwager Albert van Raalte. Nu al een brief, maar ze zijn nog maar juist vertrokken uit Rotterdam. Albert moet hem geschreven hebben voor ze afreisden. 

Nieuwsgierig naar wat zijn compagnon en schoonbroer te melden heeft, verbreekt hij het zegel en vouwt het papier open.

a947ee65-2748-0999-0da7-5fa9b4d9ed7c

Gezicht van de Oosterdoksdijk op de Landswerf en de Buitenkant. 

 

934e3706-576b-8674-1284-ad0233ba27a1

Buitenkant in westelijke richting


Weeshuis Willemstad

Cees Brouwers, de katholieke weesjongen, gaat in Willemstad op zoek naar zijn 3 zussen. Terwijl Cees door de Slagter in Fijnaart werd opgenomen en katholiek werd opgevoed, kwamen zijn zusjes in het Weeshuis van de Hervormde Kerk in Willemstad terecht.

Het voormalige weeshuis dateert uit 1771. De panden staan nog steeds aan de Voorstraat nummer 24 en 26. Het zijn rijksmonumenten.

Zal Cees zijn zusters terugvinden en hoe zullen zij reageren?


Vooruitblik

Benieuwd naar deel 2 van Machiel Dierks? Hier vast een vooruitblik.

p.501---HQ---RI-68-1-Stadsarchief-Rotterdam

(Rotterdam 24 september 1846)

Een zachte wind waait van over de Maas. Uit het grijze wolkendek valt geregeld een spat regen. Een man loopt over de kade.  Zijn handen steken in zijn zakken. Zijn pet heeft hij diep over zijn voorhoofd getrokken. De broek die hij draagt is versleten. Zijn rechter elleboog steekt door zijn jas en het hout van zijn klompen is zo dun, dat hij vreest dat de gaten er eerdaags in zullen vallen.

Vermoeid sjokt hij over de Veerdam en langs de statige herenhuizen van het Nieuwe Werk. Nooit eerder was Machiel zo ver van huis, zo lang weg van Leentje en de kinderen. Hij voelt zich een vreemde in de stad en hulpeloos. Een onaangename geur van mest en azijn prikkelt zijn neus en ontneemt hem zowat zijn adem. Snel loopt hij voorbij de molen en de loodsen van de witloodmakerij. Hij steekt een bruggetje over en vervolgt zijn weg langs weer een kade.

Achter de imposante gevels van De Boompjes huizen kantoren en sjieke hotels. Machiel probeert de namen te lezen: Hotel de l’Europe, Groot Bath Hotel, Groot Hotel de Pays Bas. Onzeker gluurt hij van onder zijn pet naar de bedrijvigheid om zich heen. Op het water krioelen schepen en scheepjes. Grote drie- en viermasters van over de wereld liggen aangemeerd. Er wordt geladen en gelost, passagiers gaan van en aan boord en overal klinken stemmen in vreemde talen.

Uit één van de hotels stapt een tengere man. Even staat hij stil. Hun blikken kruisen elkaar. De vriendelijke, grijze ogen nemen Machiel indringend op.

‘Machiel, Machiel Dierks. Ben je het echt? Je bent het echt!’

Verbaasd kijkt Machiel de ander aan. Die grijze ogen, het hoge voorhoofd, z’n tengere postuur. Hij herkent de ander direct. ‘Albert. Je bent Albert van Raalte. Wa doe jij hier?’

‘Dat kan ik beter aan jou vragen. Man wat zie je er uit. Je kan vast wel een hap eten gebruiken. Kom mee.’

Even later zitten ze tegenover elkaar aan een tafeltje in het Rotterdams koffiehuis. Albert bestelt een uitgebreide maaltijd voor Machiel en bier voor zichzelf.

‘Ik eet later met mijn gezin in het hotel. Maar geneer je niet’, zegt Albert als hij ziet hoe Machiel schroomt. ‘Weet je nog hoe jullie mij te eten gaven toen ik uit Leiden was komen lopen?’ Machiel knikt en glimlacht als hij terugdenkt aan de jonge student die in hun keukentje verlegen prikte van de aardappelen die moeke hem had voorgezet. De honger doet de rest. Bezorgd kijkt Albert toe. Alsof hij dagen niet gegeten heeft, zo zit Machiel te schransen. Hij ziet er slecht uit. Bleek, mager, vermoeid, oud voor zijn 33 jaren.

‘Zo vertel me nu maar waarom je als een zwerver door Rotterdam loopt’, dringt Albert aan.

Meer over Rotterdam in de negentiende eeuw