Categorie archief: Geen categorie

De armen,- en benenfabriek

Het leven van een fabrieksarbeider was in de 19de eeuw bijzonder zwaar. Bij Enthoven werden werkdagen gemaakt tot wel 16 uur en werkweken van honderd uur waren geen uitzondering.
Dat het werk ook de nodige gevaren met zich meebracht, blijkt uit tientallen kranten-berichten over rampzalige ongelukken. Door de vele verwondingen aan ledematen, kreeg de fabriek de benaming van armen,- en benenfabiiek. Op 19 juni 1850 gebeurde een vreselijk ongeluk, als gevolg waarvan twee mensen het leven verloren. In deel 3 van Machiel Dierks,maakt Machiel dit drama van dichtbij mee.
Enthoven ongeluk 1850 kopie 2Enthoven ongeluk 1850 kopie
Een maand later zijn twee van slachtoffers aan hun verwondingen overleden.
Napoleonsnijkers
Het was even zoeken of er meer over deze mensen te vinden was. ‘de persoon van Oosterman’, betreft de dan 36-jarige, uit Isselburg in Duitsland afkomstige Johann Diederich Ostermann. Diederich is op dat moment negen jaar getrouwd met de 30-jarige Haagse Wilhelmina Adriana Wanders. Zij hebben voor zover ik na kan gaan twee kinderen: Aaltje van tien en Hendrik van vier en Wilhelmina is zeven en een halve maand zwanger van Dirk.
Napoleon Snijkers is in 1806 geboren in Rothem (Limburg). Hij trouwde in 1840 met de toen 19-jarige, in Den Haag geboren, Apolonia Smeele. Napoleon laat vijf kinderen na: Maria van elf, Pieter van vijf, Johanna van drie en Elisabeth van drie maanden. Een eerder dochtertje met dezelfde naam als de jongste is al in 1844, op tweejarige leeftijd, overleden
Apolonia hertrouwt in 1857 met de zes jaar jongere Johannes de Raat.

De metaalgieterij en pletterij

Dit bericht is eerder verschenen op mijn website amvermeulen.me 
Machiel Dierks en zijn zonen werken in deel 3 bij De metaalgieterij en pletterij van Enthoven in Den Haag. Hoe ging het er in zo’n fabriek aan toe? Daarvoor zijn wel enkele bronnen beschikbaar. In de eerste plaats is er De geschiedenis van de techniek in Nederland van W. Lintzen. Daarin staan uitgebreide technische beschrijvingen van de diverse werkzaamheden.
Daarnaast zijn er verschillende schilderijen uit de tweede helft van de 19de eeuw, die een sfeerbeeld geven van het werk in dit soort fabrieken.

Boekpresentatie

Afgelopen zondag presenteerde ik het boek ‘De Mooye Keene, geschiedenis van een zeearm.
Schitterend weer, een prachtige locatie en een geïnteresseerd publiek
N.B. De foto’s van de presentatie zijn gemaakt door Jan Nuijten
8f9842_60538acd116d43cca0fff14d93c53e99~mv2_d_1920_1280_s_2
In de tuin van ‘Huize de Blaak’ vertelde ik hoe het boek tot stand was gekomen en ik stelde de toehoorders voor aan de sluiswachter Gelinus van Wezel.
gelinus
In 1792 was Gelinus 58 jaar oud was en hij had al een veelbewogen leven achter de rug. Hij was geboren aan de Barlaque en woonde daar nog steeds. Gelinus was een welgesteld man en naast sluiswachter ook veerman, tavernier en landbouwer. Een buitenechtelijke affaire met zijn dienstmeid Cornelia van der Wielen had in het verleden geleid tot een zwangerschap en dat had de twee in aanzienlijke problemen gebracht. Nadat Gelinus vrouw in 1781 was overleden, is hij alsnog met Cornelia getrouwd.
Het moet in de eerste maanden van 1793 zijn, toen de gezworenen van de Fijnaart,- en Keenepolder in de pen klommen om hun beklag te doen bij de Raden van het Markiezaat. Gelinus zou zijn taak als sluiswachter niet naar behoren vervullen.
In de tuin van ‘Huize de Blaak’ vertelde ik hoe het boek tot stand was gekomen Ik stelde de toehoorders voor aan de sluiswachter Gelinus van Wezel.
 
Ik vertelde over de inspectietocht van Lodewijk Napoleon door Brabant en Zeeland, toen de koning de sluizen van de Dintel bezocht, die van zoveel belang waren voor de Mooye Keene en ik las een fragment voor uit het boek van van Mechelen.
lodeijk napoleon
‘Een blijde boodschap: dat de Koning van Holland de Sassen zou komen in ogen-schouw nemen, bereikte het Heemraadschap den achtsten April, en werd verwezenlijkt op den acht-en-twintigsten dierzelfde maand. Groote verwachtingen van dat bezoek werden gewekt en vele maatregelen genomen, om Z.M. op waardige wijze te ont-vangen.
Kosten noch moeite werden gespaard om Hem gunstig te stemmen, ten einde hulp en steun in den benarden geldelijke toestand te bekomen.
Reeds daags tevoren vereenigden zich de Bestuursleden bij de sluizen, om toch geen gelegenheid te laten ontglippen om Z.M. zooveel mogelijk voor zich in te nemen, en om zelf de hand te kunnen slaan aan de laatste toebereidselen voor eene Vorsteijke ontvangst. Met den dag stegen de verwachtingen van de hulp die Lodewijk Napoleon kon, en zeker geven zou!.. Men kende zijn zwak voor populariteit, en zjn goeden aard, en schoon geen vleiers, maar eerzame stoere werkers, besloten zij een beroep te doen op zijn goed hart, ten behoeve der zwaar belaste streek. De notulen van den dag getuigen van hun goed overleg; maar ook van den goeden wil des Konings.
De werken bezichtigde Hij tot in de kleinste details. Hij liet zich de geldelijke toestand blootleggen, en was zeer minzaam met het Bestuur. Hij drong aan op onverwijlde afwerking, beloofde zijn persoonlijke steun, en gaf den welgemeenden raad Hem zoo spoedig mogelijk een verzoek-schrift te schrijven ter verkrijging van een subsidie van fl 100.000,- met toezegging, minstens toch een renteloos voorschot te zullen ontvangen van dat bedrag.’

 

Het verhaal van Pastoor van Gils, die zich het leven benam door in de Mooye Keene te springen, haalde ik aan en hoe de vader van Geert Reuvers nog wist hoe hij met zijn moeder knielde bij de sluis om te bidden voor het zieleheil van de pastoor.
 
Tenslotte stelde ik het publiek de vraag hoe het zou zijn als de geschiedenis een andere loop genomen zou hebben en het plan voor het Moerdijkkanaal van Ir. Bongaerts zou zijn uitgevoerd.
 
Dat en nog veel meer is te lezen in het boek ‘De Mooye Keene, geschiedenis van een zeearm.
Op mijn site houd ik inmiddels ook een blog bij. Neem daar gerust eens een kijkje:

https://www.amvermeulen.me

 


Uitnodiging

Wie mij volgt op Facebook heeft het waarschijnlijk al gelezen. ‘De Mooye Keene; Geschiedenis van een zeearm’  is af. De presentatie vindt plaats op 9 september a.s. tijdens de Kunst & Cultuurroute Moerdijk. Woon je in de buurt of vind je het leuk om langs te komen, dan ben je van harte uitgenodigd. Klik op de uitnodiging voor een vergroting.

Als de presentatie geweest is,  zal ik weer vaker mijn bijdrage plaatsen op dit blog. Dan ga ik weer schrijven aan het derde deel van Machiel Dierks en zal ik hier als vanouds berichten over mijn vorderingen.

Tot dan of wie weet tot 9 september.


Fietsen langs de veldtocht deel 2

Wij hebben in Zondereigen overnacht.

Hier vond de eerste confrontatie plaats tussen de Nederlandse soldaten en Belgische ‘blauwkielen’.

Bij zonsopkomst de volgende morgen slaan de tamboers reveille. Met de prins Admiraal aan het hoofd trekt de divisie verder. Bij Sondereigen is er oponthoud. Het zijn jagers en schutters van de voorpost.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Hebben jullie gevochten?’
‘Ze hebben gevochten.’
‘Er is gevochten.’ gaat het door de gelederen.
‘Gisteren.’
‘400 blauwkielen.’
‘Hoeveel?’
‘Honderden.’
‘Wel duizend man.’
‘Zwaar gevochten. Drie van ons dood.’
‘Doden en veel gewonden.’
‘We hebben gewonnen. Ze zijn gevlucht. De rest van die blauwkielen is gevlucht.’

Na Zondereigen fietsen wij de volgende morgen verder in de richting van Merksplas. Op de route wederom een voormalige herberg. De Zwaan was een populaire naam voor dergelijke afspanningen. Deze lag aan een doorwaadbare plek aan de Mark.

IMG_0478

Even verderop dit prachtige boerderijtje. Ik stel er me volgende scene uit het boek bij voor:

De divisie trekt verder. Kleine vijandelijke eenheden vluchten voor hen uit. Waar ze komen, dringen ze huizen binnen op zoek naar blauwkielen. 
‘Kom jongens, hier. Co jij ook.’
In het keukentje staan twee angstige oude mensen tegen de muur. De man houdt een jachtgeweer gericht op de binnenstormende soldaten. Hij houdt zijn bibberende hand aan de trekker. Nerveus slaat Co hem het wapen uit handen. 
‘Neem mee!
‘Geen wapens achterlaten.’
‘Verder zoeken.’
Ze vinden jachtgeweren en pieken. De meeste bewoners zijn bang en leveren direct in wat maar voor wapen door kan gaan. Uit enkele huizen wordt gevuurd. 
‘Pas op, duiken!’
‘Blauwkielen. Daarbinnen zitten blauwkielen.’
Schutters trekken binnen. Er klinken schoten. Een blauwkiel wordt weggevoerd. Een ander dood achtergelaten.

IMG_0479

Dan maken we een uitstapje van de route, omdat we als Fendertse meiden de bron van de rivier De Mark graag op willen zoeken. Hier ligt het begin van de rivier die voor West-Brabant eeuwenlang een levensader is geweest.

Het beekdalletje slingert zich nu droog, door een bosje …….. en verder door de velden  in de richting van Merksplas.

In Merksplas bezochten we de bedelaarskolonie, die door Johannes van de Bosch is verwezenlijkt naar analogie van de kolonies in Drenthe (Veenhuizen, Ommerschans, etc.)

Er is een goed verzorgd informatiecentrum en een mooie website

Deze kolonie en die van het nabijgelegen Wortel waren in functie ten tijde van de Tiendaagse Veldtocht.

Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot een verzengende 36 graden. We konden ons prima verplaatsen in Jacob van Slot, die dit traject in augustus 1831 met volle bepakking volgde.

De volgende dag gaat het verder in westelijke richting naar Oostmalle. Een afleidingsmanoeuvre. De zon schijnt warm over de velden. De drukkende hitte benauwt Co. Steeds zwaarder hangt zijn bepakking aan zijn schouders. Zijn mond voelt droog, zijn tong dik. Zijn veldfles is al uren leeg. Niemand heeft nog drinken. Water, waar is water? Dorst, de mannen hebben dorst. Sommige jongens worden onwel en moeten achterblijven. Anderen smijten overjassen en vesten neer. Ransels worden als overbodige ballast achtergelaten. Waar de troepen zijn gepasseerd, liggen velden en wegen ermee bezaaid. Co probeert krampachtig vast te houden aan zijn spullen. Hij heeft hoofdpijn, voelt zich misselijk. Moeizaam sleept hij zich voort. Het marstempo houdt hij niet meer bij. Juist als hij maar helemaal op wil geven komt een kar vol grote houten vaten aan gedenderd. Eindelijk drinken!

De hitte putte ons zodanig uit dat een bezichtiging van een aantal vroeg 19-de eeuwse boerderijen in Vosselaar in de buurt van Turnhout zich beperkte tot deze ene. img_0494.jpg

Van Oostmalle gaat het oostwaarts naar Turnhout. Ze bezetten de straatweg naar Antwerpen en maken bivak bij Vosselaar. De tweede divisie is hen voorgegaan. Op het plein ligt de vlag van de revolutie aan flarden. Ook de vrijheidshoed is van de toren gehaald en vertrapt. Overal ligt kapotgeslagen huisraad. Ruiten zijn ingeslagen en deuren hangen uit hun voegen. Er is geroofd en geplunderd, hier en in de dorpen rondom. Aardappelen zijn van het land gehaald en groentes uit tuinen geplukt. Uit schuren is graan genomen en meel, stro en zelfs hooi om op te slapen. Soldaten zijn huis in huis uit gegaan en hebben er potten en pannen en tafels en stoelen weggesleept. Alles wat maar enigszins bruikbaar was voor het bivak hebben ze meegenomen. De inwoners zijn in paniek gevlucht.

Wat overblijft neemt het bataljon. Onder aanvoering van officieren en onder-officieren halen ze de laatste resten uit tuinen en schuren: aardappelen, graan, hier en daar wat groente, een koe uit een weiland, een varken uit zijn hok. In een schuur treffen ze een neergestoken boer, de doodsangst verstijfd op zijn gelaat. Tussen het graan op het veld liggen verschillende gesneuvelde blauwkielen. Een zwaar gewonde Belgische soldaat krijgt een genadeschot.

We zagen ons genoodzaakt de route wat in te korten en bereikten tenslotte ons doel, een hotel in de bossen bij Kasterlee.


De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij

8acbb0a8-9047-4883-b661-2fd93c0f8f4f-1

In 1847 en 1848 reist  Adriaan van Bevervoorde verschillende malen van Den Haag naar Brussel en vice versa. In juni 1847 was het spoortraject van Den Haag naar Rotterdam geopend. Hoe de jonkheer reisde weten we niet, misschien ging hij het hele traject per diligence. Tot Brussel kon hij nog niet per trein omdat er nog geen aansluiting op het Belgische spoorwegnet was. Tussen Rotterdam en Antwerpen moest hij dus iets anders. Er was wel een stoombootdienst tussen die steden.

Om kort te gaan. Ik laat hem de trein tot Rotterdam nemen. Maar hoe ging dat er toen aan toe? In de Koninklijke Bibliotheek is een prachtige jubileumuitgave, getiteld ‘Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij 1839 -1889.

De afbeeldingen (met uitzondering van de foto) zijn uit dat boek afkomstig.

De ontvanger (wij zouden zeggen de stationschef) was verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op het station.

De eerste machinisten hadden een wit pak.  Gelukkig maar dat de eerste locomotieven op cokes werden gestookt i.p.v. steenkool. De verbranding van cokes veroorzaakt namelijk vrijwel geen roet.

ontvangertekst

Van Bevervoorde zat in mijn verhaal al bijna op een houten bankje in een wagon met een gangpad in het midden, maar zo zagen de eerst wagons er niet uit. Het waren meer een soort karren waarin banken waren geplaatst.

Er waren drie klassen: diligence (eerste klasse); char a bancs (tweede klasse) en waggons (derde klasse).

De diligences waren lichtgroen geschilderd. Het waren geheel gesloten wagons. Aan de korte zijden stonden twee lange banken met elk plaats voor vijf passagiers en verder vier kleinere banken met plaats voor twee personen. De zittingen en rugleuningen waren overtrokken met blauw laken dat was opgevuld met paardenhaar.

img_e04041.jpg

De char a bancs waren geel geschilderd. De zijwanden bestonden uit houten panelen met glazen vensters. In deze wagons waren zes banken geplaatst met elk plaats voor zes passagiers. De bekleding was opgevuld met koeienhaar opgevuld. De leuningen waren van ijzer.

De waggons waren donkerbruin. De zes banken in deze wagons waren hout en hadden geen bekleding. De openingen in de zijwanden werden voorzien van gordijnen van zijldoek. aan de zijwanden gedeeltelijk open.

De eerste locomotieven waren de Arend en de Snelheid.

arend

IMG_E0407

Van de Arend  en de verschillende wagons zijn in 1939 replica’s gemaakt, die zich in het spoorwegmuseum in Utrecht bevinden.

 


Vooruitblik deel 3.

Het derde deel van de vierjarige cyclus over het leven van Machiel Dierks omvat  de periode van 1847 t/m 1866.  zal naar verwachting in het najaar van 2018 klaar zijn.

Hier alvast een voorproefje.

Fragment

Vooruitblik (Den Haag 14 maart 1860)

Huisjes aan het Slijkeinde

Vincent van Gogh; 1882; Huis van de moeder van Sien aan het Slijkeinde in Den Haag, waar ook Machiel Dierks met zijn gezin woonde.

Gehaast lopen ze door de donkere straatjes en steegjes van de arbeiderswijk. De man heeft zijn vuile werkkleding nog aan. De vrouw heeft haar mouwen opgestroopt onder haar jas. Het zijn Machiel en Leentje Dierks. Ze zijn op weg naar het Burger Gasthuis aan de Zuidwal. Daar ligt hun 19-jarige zoon.

Het ziekenhuis voor de armen is gevestigd in een oud herenhuis aan de rand van de stad. Machiel pakt Leentje bij de hand wanneer hij de bel van het kleine hospitaal laat schellen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voor een man opendoet.
‘Giel Dierks, we komen voor Giel Dierks’, zegt Machiel, terwijl hij het gebouw al binnen wil gaan. ‘Hij is aan het eind van de middag hierheen gebracht.’
‘Ho, ho’, houdt de man hen tegen. ‘Dat is 5 cent, voor ieder.’
Machiel kijkt Leentje vragend aan. Tien cent om je kind te mogen zien? Is het niet gek dat het geld kost om je kind te bezoeken? Moeten hij en Leen dan wel samen gaan? Kan zij alleen? Zal hij zelf? Hij voelt in zijn zak en haalt de centen en stuivers tevoorschijn.
‘Wa doen we Leen. Ik heb het wel.’
‘Ik mot hem zien Giel, maar ik ga nie alleen.’
‘Goed, dan gaan we samen.’
Machiel en Leentje gaan de bedompte gang in. Langs de kant liggen mannen van uiteenlopende leeftijd gewond op veldbedden. Sommigen zijn buiten bewustzijn, anderen kermen van de pijn. Een jongen van een jaar of twaalf staart leeg voor zich uit. Anderen lopen op en neer met een arm, hand of hoofd in het verband. Uit een van de kamers stapt de heelmeester. Zijn voorschoot is bebloed. Als van een slager, denkt Machiel. Het zweet staat de man op zijn voorhoofd. Hij staat er zo goed als alleen voor. Geen van de helpers in het Burger Gasthuis heeft immers een medische achtergrond.
‘Daar’, zegt Leentje en ze wijst naar een bed aan het eind van de gang. ‘Daar ligt onze Giel. Hij slaapt. Het lijkt of ie slaapt.’
Maar Giel slaapt niet. Hij moet bewusteloos zijn geraakt. Moeizaam opent hij zijn ogen. Naast hem staan zijn beide ouders. Hij ziet de zorg in hun blik.
‘Wat is er gebeurd?’ fluistert hij zacht.

via Machiel Dierks; Deel 3