De omgeving verkennen – 2

In augustus 2019 maakte ik in deze omgeving een fietstocht met Anneke. Van onze verhuizing naar Vledder was toen nog geen sprake en we konden ook niet bevroeden dat Anneke nog geen 3 maanden later niet meer onder ons zou zijn.

Op onze tocht van de Weerribben naar het Fries-Drentse Wold, kwamen we langs deze poel, waar we zijn afgestapt en in een heerlijke rust hebben gepauzeerd.

De foto dateert echter van gister. Wekelijks passeren Paul en ik deze plek, op weg naar de boerderij de Werkhorst

De Werkhorst is een prachtig gelegen boerderij met boerderijwinkel en terras. We komen hier graag om onze zuivel te kopen. Ik meen me ook te herinneren dat Anneke en ik het destijds jammer vonden dat we 5 minuten eerder al bij de poel waren afgestapt.

Over de boerderij valt wel meer te vertellen. De bewoners pachten de hoeve van de Maatschappij der Weldadigheid.

In Vledder ontkom je niet aan de geschiedenis van de Maatschappij. Er is veel over geschreven en het is even nadenken hoe dit op een originele en onderhoudende manier te doen.

Op het moment lees ik het boek ‘De Kolonieman’ van Angelie Sens. Het is een dikke, goed gedocumenteerde pil over het leven van Johannes van den Bosch.

Over de Maatschappij en oprichter van den Bosch een volgende keer meer.

Kat uitlaten

Tot de dagelijkse routine in dit nieuwe leven hoort het uitlaten van Nozem. Ochtend, middag en avond doen we de ronde, zelfs als het regent wil hij naar buiten en zeurt net zo lang tot ik toegeef.

<p class="has-drop-cap" value="<amp-fit-text layout="fixed-height" min-font-size="6" max-font-size="72" height="80">Opgegroeid als Haagse straatkat die gewend is zijn eigen gang te gaan, is het wel even wennen: op gezette tijden, onder strenge begeleiding de omgeving verkennen. Voorzichtig kijkt hij om zich heen. Langzaam breidt zijn actieradius zich uit. Hij snuffelt op de onmogelijkste plekken en laat zijn eigen geurspoor na. Geregeld kijkt hij om of ik wel volg.Opgegroeid als Haagse straatkat die gewend is zijn eigen gang te gaan, is het wel even wennen: op gezette tijden, onder strenge begeleiding de omgeving verkennen. Voorzichtig kijkt hij om zich heen. Langzaam breidt zijn actieradius zich uit. Hij snuffelt op de onmogelijkste plekken en laat zijn eigen geurspoor na. Geregeld kijkt hij om of ik wel volg.

En van de toenaderingspogingen van een jong poesje is de oude man niet gediend.

Een veelbewogen jaar

Het is bijna een jaar sinds ik hier mijn laatste berichtje plaatste. De tijd ontbrak mij simpelweg om te schrijven. De gebeurtenissen in mijn persoonlijk leven waren zo intens, dat het mij ook daardoor niet gelukt zou zijn iets te schrijven. Het werk aan Machiel Dierks heeft al die tijd volledig stil gelegen

Door de omstandigheden waren we genoodzaakt om te verhuizen. We hebben een appartement kunnen kopen in een woonzorgcomplex in Vledder, een heerlijk dorp in de provincie Drenthe. De 28ste van deze maand wordt de woning opgeleverd.

Ons benedenhuis in Den Haag is verkocht.

De nieuwe bewoonster heeft 1 december j.l. haar intrek genomen. Sinds die tijd verblijven we in een vakantiehuisje op een recreatiepark in Vledder.

De nieuwe omgeving doet ons goed, al was het vooral voor Paul erg moeilijk om na 72 jaar zijn geliefde Den Haag te verlaten.

Nu ons leven in een wat rustiger vaarwater is gekomen wil ik het schrijven weer oppakken en ik zal hierover op deze plaats opnieuw berichten. Daarnaast wil ik jullie mee laten genieten van de prachtige omgeving van ons nieuwe thuis.

Hieronder vast wat foto’s die ik de afgelopen maand heb gemaakt.

Brand in de fabriek

Op 28 juli 1857 brak er brand uit in de modelmakerij van de fabriek van van Enthoven. Getuige de krantenberichten moet het een indrukwekkende vuurzee zijn geweest.

Het spektakel inspireerde de schilder Petrus van Schendel tot het werk: ‘De brand van de fabrieken Enthoven te Den Haag’

Afbeelding: Artnet.com

De brand moet een enorme indruk hebben gemaakt op de arbeiders. Aan de gebeurtenis zal ik dan ook een hoofdstuk wijden in deel 3 van Machiel Dierks.

N.B. Om privé redenen heb ik een tijd niet kunnen schrijven. Heel voorzichtig probeer ik dit weer op te nemen. Als alles goed gaat, zal ik hier weer met enige regelmaat een stukje plaatsen.

Fietstocht 2019-1 Mastenbroekerpolder

Vorige week heb ik de jaarlijkse fietstocht gehouden met Anneke, een vriendin uit mijn kindertijd. Dit keer hadden we gekozen voor Drenthe. Veel voorbereidingstijd was er dit keer niet geweest, maar we hadden wel wat plaatsen op ons verlanglijstje.

Zo wilde ik graag door de Mastenbroekpolder rijden. In deze polders hield Albert van Raalte immers zijn eerste illegale preken.

Mastenbroekpolder; tussen Kampen en Genemuiden.

Maar Genemuiden heeft hem niet warm onthaald. Naarmate de gemeente van afgescheidenen groeit, ziet de hervormde predikant de banken in zijn kerk almaar leger worden. Hij noemt de separatisten dwepers die wanorde veroorzaken en waarschuwt voor noodlottige gevolgen. De burgemeester van het dorp spreekt van een kankergezwel dat uitgevaagd moet worden. Wanneer Albert over straat gaat, wordt hij vaak uitgejouwd en soms wordt een steen in zijn richting gegooid. Maar de jonge dominee is overtuigd van zijn boodschap van zondebesef en genade en daarom zet hij zijn geheime predicaties voort in de huizen en boerderijen van geloofsgenoten, vaak ver weg in de polders van Mastenbroek.

Uit: Machiel Dierks; het leven van een dagloner; deel 2

Kaart van de Mastenbroekerpolder uit 1750

We reden al vroeg door de weidse polder, met de wind in onze rug en een aangename 22 graden. In die omstandigheden moest ik wel mijn best doen om het volgende fragment uit het boek te plaatsen.

Een lage winterzon schijnt bleek over de haast verlaten Mastenbroekse polder. Lichtgebogen en met kalme, lange slagen gaat Albert over de bevroren sloten. Geregeld kijkt hij opzij en past zijn tempo aan, aan de jongen die de slede voortduwt waarop Christien zit, dik aangekleed in een sjieke wintermantel, haar handen in een warme mof.  Verkleumd naderen ze eindelijk een geïsoleerde boerderij. Ze hebben hun bestemming bereikt. Behendig zwenkt Albert op zijn Friese schaatsen en neemt de slee van de jongen over. Hij duwt Christien voort tot de houten opstap. Terwijl hij zijn schaatsen afbindt, stapt Christien stijf en verkleumd op het ijs en gezamenlijk lopen ze naar de boerderij, de jongen komt verlegen achter hen aan.

Als ze wat zijn opgewarmd, begint Albert zijn preek aan de gelovigen die op deze winterse dag hier zijn samengekomen. Even later luisteren ze geboeid naar Van Raalte die hen vermaant het kleed van zonde en ongeloof af te leggen en Jezus te zien als het begin en einde van hun geloof.

Uit: Machiel Dierks; het leven van een dagloner; deel 2

Toen we Genemuiden bijna genaderd waren, wachtte ons een verrassing, die ons meer leerde over deze oude polder. We stuitten op d’Olde Mesiene, Het Stoomgemaal Mastenbroek. Dit gemaal heeft Albert van Raalte in zijn tijd in Overijssel niet gezien. Het werd gebouwd in 1856.

De polder zou de oudste polder van Nederland zijn en werd al in 1390 omdijkt. Aanvankelijk werd de polder met behulp van windmolens ontwaterd, maar deze bleken op termijn niet afdoende om de polder droog te houden. Daaroom werd d’Olde Mesiene in 1855/56 gebouwd. Daarmee is het een van de oudste en het enige nog volledig authentieke stoomgemaal in Nederland.

Onze aandacht werd in eerste instantie getrokken door het rad dat naast het gemaal staat, maar dit is slechts een blikvanger. Wij dachten natuurlijk meteen aan het rad dat bij de Keenesluis moet komen.

Natuurlijk was het gemaal zelf gesloten en we konden slechts door een raampje naar de prachtige stoommachine kijken. Maar juist toen we weer op onze fietsen wilden stappen, kwam er een vrijwilliger aan. Het weekend ervoor was er een ‘stoomdag’ geweest en had de machine voor publiek gedraaid. De man kwam de boel inspecteren. Hij was zo vriendelijk ons binnen te laten en de nodige uitleg te geven.

Ook mochten we nog een kijkje nemen in het bezoekerscentrum, waar een model van de stoommachine staat. Bovendien kregen we allebei een informatieboekje mee. Natuurlijk hebben wij toen op onze beurt een donatie achtergelaten.

Dit jaar zijn er nog twee zogenaamde stoomdagen. De eerstvolgende dag is 14 september tijdens Open Monumentendag. De laatste stoomdag is op 5 oktober.

De Industrieschool (1)

In de loop van de 19de eeuw wordt de vraag naar geschoolde arbeiders steeds groter. Aanvankelijk kwamen deze mensen vooral uit Engeland en Duitsland. Om aan die vraag te kunnen voldoen, sticht de ‘Vereeniging ter bevordering van fabriek- en handwerksnijverheid in Nederland’ de school

In juli 1854 besluit de Haagse het gemeentebestuur om een lokaal van de armenschool aan de Voldersgracht ter beschikking te stellen.

In oktober van dat jaar is het bijna zover. Onderwijzers zijn benoemd en voldoende leerlingen hebben zich aangemeld.

Er zijn echter nog enige formaliteiten die afgehandeld moeten worden. Klaarblijkelijk moet eerst de wet van de vereniging (die in 1851 was opgericht) worden herzien. Kappeijne van de Cappello is dan een bekend advocaat en hij biedt zijn diensten aan. In 1855 wordt Lion Enthoven gekozen in het bestuur van deze vereniging.

De leerlingen

Wie aangenomen wil worden op de school moet een toelatingsexamen doen. De eisen voor dat examen zijn:

‘genoegzame bedrevenheid in het lezen , schrijven , de grondbeginselen der Nederlandsche taal, de hoofdregelen der cijferkunst, de behandeling der gewone en tiendeelige breuken, en den regel van drieën.’

De regel van drieën leert om tot drie gegevene grootheden of getallen, eene vierde evenredige te vinden

Een voorbeeld van een dergelijke verhouding som uit een schoolboekje uit die tijd is:

Twintig werklieden hebben in den tijd van 32 weken 5120 gulden verdiend, omdat zij tien uren per dag hebben gewerkt, hoe veel verdienen naar die evenredigheid 28 werk lieden, als zij, gedurende 60 weken 14 uren daags bezig zijn? 

Eenmaal toegelaten gaan de leerlingen na werktijd twee avonden per week naar school: op woensdag en zaterdag van 19.30 – 21.30 en in de tweede helft van het jaar van 20.30 – 21.30.

Het schoolgeld bedraagt 12 gulden per jaar, maandelijks te voldoen. Wie in gebreke blijft, krijgt een boete van 10% en kan van school worden gestuurd totdat het verschuldigde bedrag is betaald. Ook ongeoorloofd verzuim levert een boete op van 10 cent.

In 1859 fuseerde de Industrieschool met de Tekenacademie aan de Prinsessegracht.

Het neo-klassieke gebouw van de tekenacademie aan de Prinsessegracht;
1840; beeldcollectie Haags Gemeentearchief

Wordt vervolgd.

Volle klassen

Voor deel 3 van Machiel Dierks verdiep ik me in de armenschool aan het Slijkeinde waar decideren van Machiel heengingen.

De Stadsschool (Stads Armenschool), in 1734 gesticht aan het Slijkeinde bij het Kortenbos. Ca. 1750. Collectie Haags gemeentearchief

In zijn boek Het Kortenbosch; biografie van een Haagse arbeidersstraat wijdt Roel Wuite een zestal bladzijden aan de school en Willem Konings, hoofdonderwijzer van 1830 tot 1863.

Uit zijn onderzoek blijkt dat de gemeente in 1833 vier huisjes die aan de school grenzen, onteigend. De huisjes worden bij de school uit 1734 getrokken. De verbouwing biedt ruimte aan de onderwijzerswoning boven de school en een groot lokaal waarin alle kinderen worden gehuisvest.

Getuige een verslag van de zitting van de gemeenteraad van 29 juli 1859 gingen er 600 kinderen naar die school. Overigens zal het schoolverzuim naar alle waarschijnlijkheid hoog zijn geweest. Er was immers nog geen leerplichtwet en veel kinderen moesten werken in de fabrieken.

Hoe het ook zij. Al die kinderen in een koud, stinkend lokaal kregen les in rekenen, lezen, schrijven en zingen en als het meezat zedenleer, aardrijkskunde en geschiedenis van de hoofdonderwijzer, 5 hulponderwijzers en een aantal kwekelingen. Althans in theorie. Onderbezetting was toen ook al een probleem! Ook toen werd naar de toenmalige maatstaven op het onderwijs beknibbeld.

Hij (de onderwijzer) toch slijt zijn leven in een arbeid die velen eentoonig en vervelend voorkomt , die velen als ondankbaar afschilderen en zeker , als men de benificien als maatstaf aanneemt , als zeer ondankbaar moet erkennen. Nog in het afgeloopen jaar hebben de beraadslagingen in ’s lands wetgeving daarvan de bewijzen opgeleverd, hebben doen zien hoe die benificien beknibbeld werden, hoe sommige volksvertegenwoordigers er op uit waren in de nieuwe regeling het minst mogelijke door te zetten, ten einde , bij de vaststelling van de traktementen der openbare onderwijzers , het onderwijs voor een koopje te hebben. Mogten die discussiën vele gemeentebesturen toch niet voeren om zich streng aan het aangenomen minimum te houden en het op die wijze den beschaafden onderwijzer onmogelijk maken overeenkomstig zijne betrekking in de Maatschappij met een gezin te kunnen leven.

De Wekker, weekblad voor onderwijs en opvoeding; jrg 15; 7/1/1858