Categorie archief: Geen categorie

Fietsen langs de veldtocht deel 2

Wij hebben in Zondereigen overnacht.

Hier vond de eerste confrontatie plaats tussen de Nederlandse soldaten en Belgische ‘blauwkielen’.

Bij zonsopkomst de volgende morgen slaan de tamboers reveille. Met de prins Admiraal aan het hoofd trekt de divisie verder. Bij Sondereigen is er oponthoud. Het zijn jagers en schutters van de voorpost.
‘Wat is er gebeurd?’
‘Hebben jullie gevochten?’
‘Ze hebben gevochten.’
‘Er is gevochten.’ gaat het door de gelederen.
‘Gisteren.’
‘400 blauwkielen.’
‘Hoeveel?’
‘Honderden.’
‘Wel duizend man.’
‘Zwaar gevochten. Drie van ons dood.’
‘Doden en veel gewonden.’
‘We hebben gewonnen. Ze zijn gevlucht. De rest van die blauwkielen is gevlucht.’

Na Zondereigen fietsen wij de volgende morgen verder in de richting van Merksplas. Op de route wederom een voormalige herberg. De Zwaan was een populaire naam voor dergelijke afspanningen. Deze lag aan een doorwaadbare plek aan de Mark.

IMG_0478

Even verderop dit prachtige boerderijtje. Ik stel er me volgende scene uit het boek bij voor:

De divisie trekt verder. Kleine vijandelijke eenheden vluchten voor hen uit. Waar ze komen, dringen ze huizen binnen op zoek naar blauwkielen. 
‘Kom jongens, hier. Co jij ook.’
In het keukentje staan twee angstige oude mensen tegen de muur. De man houdt een jachtgeweer gericht op de binnenstormende soldaten. Hij houdt zijn bibberende hand aan de trekker. Nerveus slaat Co hem het wapen uit handen. 
‘Neem mee!
‘Geen wapens achterlaten.’
‘Verder zoeken.’
Ze vinden jachtgeweren en pieken. De meeste bewoners zijn bang en leveren direct in wat maar voor wapen door kan gaan. Uit enkele huizen wordt gevuurd. 
‘Pas op, duiken!’
‘Blauwkielen. Daarbinnen zitten blauwkielen.’
Schutters trekken binnen. Er klinken schoten. Een blauwkiel wordt weggevoerd. Een ander dood achtergelaten.

IMG_0479

Dan maken we een uitstapje van de route, omdat we als Fendertse meiden de bron van de rivier De Mark graag op willen zoeken. Hier ligt het begin van de rivier die voor West-Brabant eeuwenlang een levensader is geweest.

Het beekdalletje slingert zich nu droog, door een bosje …….. en verder door de velden  in de richting van Merksplas.

In Merksplas bezochten we de bedelaarskolonie, die door Johannes van de Bosch is verwezenlijkt naar analogie van de kolonies in Drenthe (Veenhuizen, Ommerschans, etc.)

Er is een goed verzorgd informatiecentrum en een mooie website

Deze kolonie en die van het nabijgelegen Wortel waren in functie ten tijde van de Tiendaagse Veldtocht.

Inmiddels was de temperatuur opgelopen tot een verzengende 36 graden. We konden ons prima verplaatsen in Jacob van Slot, die dit traject in augustus 1831 met volle bepakking volgde.

De volgende dag gaat het verder in westelijke richting naar Oostmalle. Een afleidingsmanoeuvre. De zon schijnt warm over de velden. De drukkende hitte benauwt Co. Steeds zwaarder hangt zijn bepakking aan zijn schouders. Zijn mond voelt droog, zijn tong dik. Zijn veldfles is al uren leeg. Niemand heeft nog drinken. Water, waar is water? Dorst, de mannen hebben dorst. Sommige jongens worden onwel en moeten achterblijven. Anderen smijten overjassen en vesten neer. Ransels worden als overbodige ballast achtergelaten. Waar de troepen zijn gepasseerd, liggen velden en wegen ermee bezaaid. Co probeert krampachtig vast te houden aan zijn spullen. Hij heeft hoofdpijn, voelt zich misselijk. Moeizaam sleept hij zich voort. Het marstempo houdt hij niet meer bij. Juist als hij maar helemaal op wil geven komt een kar vol grote houten vaten aan gedenderd. Eindelijk drinken!

De hitte putte ons zodanig uit dat een bezichtiging van een aantal vroeg 19-de eeuwse boerderijen in Vosselaar in de buurt van Turnhout zich beperkte tot deze ene. img_0494.jpg

Van Oostmalle gaat het oostwaarts naar Turnhout. Ze bezetten de straatweg naar Antwerpen en maken bivak bij Vosselaar. De tweede divisie is hen voorgegaan. Op het plein ligt de vlag van de revolutie aan flarden. Ook de vrijheidshoed is van de toren gehaald en vertrapt. Overal ligt kapotgeslagen huisraad. Ruiten zijn ingeslagen en deuren hangen uit hun voegen. Er is geroofd en geplunderd, hier en in de dorpen rondom. Aardappelen zijn van het land gehaald en groentes uit tuinen geplukt. Uit schuren is graan genomen en meel, stro en zelfs hooi om op te slapen. Soldaten zijn huis in huis uit gegaan en hebben er potten en pannen en tafels en stoelen weggesleept. Alles wat maar enigszins bruikbaar was voor het bivak hebben ze meegenomen. De inwoners zijn in paniek gevlucht.

Wat overblijft neemt het bataljon. Onder aanvoering van officieren en onder-officieren halen ze de laatste resten uit tuinen en schuren: aardappelen, graan, hier en daar wat groente, een koe uit een weiland, een varken uit zijn hok. In een schuur treffen ze een neergestoken boer, de doodsangst verstijfd op zijn gelaat. Tussen het graan op het veld liggen verschillende gesneuvelde blauwkielen. Een zwaar gewonde Belgische soldaat krijgt een genadeschot.

We zagen ons genoodzaakt de route wat in te korten en bereikten tenslotte ons doel, een hotel in de bossen bij Kasterlee.


De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij

8acbb0a8-9047-4883-b661-2fd93c0f8f4f-1

In 1847 en 1848 reist  Adriaan van Bevervoorde verschillende malen van Den Haag naar Brussel en vice versa. In juni 1847 was het spoortraject van Den Haag naar Rotterdam geopend. Hoe de jonkheer reisde weten we niet, misschien ging hij het hele traject per diligence. Tot Brussel kon hij nog niet per trein omdat er nog geen aansluiting op het Belgische spoorwegnet was. Tussen Rotterdam en Antwerpen moest hij dus iets anders. Er was wel een stoombootdienst tussen die steden.

Om kort te gaan. Ik laat hem de trein tot Rotterdam nemen. Maar hoe ging dat er toen aan toe? In de Koninklijke Bibliotheek is een prachtige jubileumuitgave, getiteld ‘Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij 1839 -1889.

De afbeeldingen (met uitzondering van de foto) zijn uit dat boek afkomstig.

De ontvanger (wij zouden zeggen de stationschef) was verantwoordelijk voor het reilen en zeilen op het station.

De eerste machinisten hadden een wit pak.  Gelukkig maar dat de eerste locomotieven op cokes werden gestookt i.p.v. steenkool. De verbranding van cokes veroorzaakt namelijk vrijwel geen roet.

ontvangertekst

Van Bevervoorde zat in mijn verhaal al bijna op een houten bankje in een wagon met een gangpad in het midden, maar zo zagen de eerst wagons er niet uit. Het waren meer een soort karren waarin banken waren geplaatst.

Er waren drie klassen: diligence (eerste klasse); char a bancs (tweede klasse) en waggons (derde klasse).

De diligences waren lichtgroen geschilderd. Het waren geheel gesloten wagons. Aan de korte zijden stonden twee lange banken met elk plaats voor vijf passagiers en verder vier kleinere banken met plaats voor twee personen. De zittingen en rugleuningen waren overtrokken met blauw laken dat was opgevuld met paardenhaar.

img_e04041.jpg

De char a bancs waren geel geschilderd. De zijwanden bestonden uit houten panelen met glazen vensters. In deze wagons waren zes banken geplaatst met elk plaats voor zes passagiers. De bekleding was opgevuld met koeienhaar opgevuld. De leuningen waren van ijzer.

De waggons waren donkerbruin. De zes banken in deze wagons waren hout en hadden geen bekleding. De openingen in de zijwanden werden voorzien van gordijnen van zijldoek. aan de zijwanden gedeeltelijk open.

De eerste locomotieven waren de Arend en de Snelheid.

arend

IMG_E0407

Van de Arend  en de verschillende wagons zijn in 1939 replica’s gemaakt, die zich in het spoorwegmuseum in Utrecht bevinden.

 


Vooruitblik deel 3.

Het derde deel van de vierjarige cyclus over het leven van Machiel Dierks omvat  de periode van 1847 t/m 1866.  zal naar verwachting in het najaar van 2018 klaar zijn.

Hier alvast een voorproefje.

Fragment

Vooruitblik (Den Haag 14 maart 1860)

Huisjes aan het Slijkeinde

Vincent van Gogh; 1882; Huis van de moeder van Sien aan het Slijkeinde in Den Haag, waar ook Machiel Dierks met zijn gezin woonde.

Gehaast lopen ze door de donkere straatjes en steegjes van de arbeiderswijk. De man heeft zijn vuile werkkleding nog aan. De vrouw heeft haar mouwen opgestroopt onder haar jas. Het zijn Machiel en Leentje Dierks. Ze zijn op weg naar het Burger Gasthuis aan de Zuidwal. Daar ligt hun 19-jarige zoon.

Het ziekenhuis voor de armen is gevestigd in een oud herenhuis aan de rand van de stad. Machiel pakt Leentje bij de hand wanneer hij de bel van het kleine hospitaal laat schellen. Het lijkt een eeuwigheid te duren voor een man opendoet.
‘Giel Dierks, we komen voor Giel Dierks’, zegt Machiel, terwijl hij het gebouw al binnen wil gaan. ‘Hij is aan het eind van de middag hierheen gebracht.’
‘Ho, ho’, houdt de man hen tegen. ‘Dat is 5 cent, voor ieder.’
Machiel kijkt Leentje vragend aan. Tien cent om je kind te mogen zien? Is het niet gek dat het geld kost om je kind te bezoeken? Moeten hij en Leen dan wel samen gaan? Kan zij alleen? Zal hij zelf? Hij voelt in zijn zak en haalt de centen en stuivers tevoorschijn.
‘Wa doen we Leen. Ik heb het wel.’
‘Ik mot hem zien Giel, maar ik ga nie alleen.’
‘Goed, dan gaan we samen.’
Machiel en Leentje gaan de bedompte gang in. Langs de kant liggen mannen van uiteenlopende leeftijd gewond op veldbedden. Sommigen zijn buiten bewustzijn, anderen kermen van de pijn. Een jongen van een jaar of twaalf staart leeg voor zich uit. Anderen lopen op en neer met een arm, hand of hoofd in het verband. Uit een van de kamers stapt de heelmeester. Zijn voorschoot is bebloed. Als van een slager, denkt Machiel. Het zweet staat de man op zijn voorhoofd. Hij staat er zo goed als alleen voor. Geen van de helpers in het Burger Gasthuis heeft immers een medische achtergrond.
‘Daar’, zegt Leentje en ze wijst naar een bed aan het eind van de gang. ‘Daar ligt onze Giel. Hij slaapt. Het lijkt of ie slaapt.’
Maar Giel slaapt niet. Hij moet bewusteloos zijn geraakt. Moeizaam opent hij zijn ogen. Naast hem staan zijn beide ouders. Hij ziet de zorg in hun blik.
‘Wat is er gebeurd?’ fluistert hij zacht.

via Machiel Dierks; Deel 3


Machiel Dierks, op naar deel 3

omslag voorkant

Deel 2 van Machiel Dierks is klaar en kan in mijn ‘winkeltje’ besteld worden.

Inmiddels ben ik begonnen met opzoekwerk voor deel 3. In dit deel volgen we Machiels leven als fabrieksarbeider in Den Haag.

kadasterslijkeinde

Machiel komt met zijn gezin te wonen in een slop aan het Slijkeinde. Op de site van het Nationaal Archief vond ik bovenstaande kadasterkaart uit de periode waarin de Dierksen juist zijn verhuisd. De huisjes staan in hofjes gegroepeerd, maar van zo’n hofje moet je je geen romantische voorstelling maken. De huisjes in deze zogenaamde exploitatiehofjes maten 4,5 x 5,5 m en hadden slechts een vliering, waar de kinderen moesten slapen. In zo’n huisje woonde men met gemiddeld 8 personen samen. De familie Dierks bestaat op dat moment uit 2 volwassenen en 5 kinderen.

De vaak houten huisjes, waren van slechte kwaliteit. Vincent van Gogh heeft een tekening gemaakt van een deel van zo’n hofje. De moeder van zijn vriendin Sien, die als prostituee probeerde te overleven, woonde aan het Slijkeinde..

Of de familie Dierks er met deze verhuizing op vooruitgaat is maar de vraag.

SONY DSC


Mozes Jacob Abas

Aan het eind van deel 2 van Machiel Dierks, verschijnt Mozes Jacob Abas in het leven van Machiel. De Joodse man komt uit Amsterdam. In mijn verhaal woont hij in het Zonnehofje, een slop in de Joodse buurt.

In het crisisjaar 1845 leurt Moos met zijn handel langs de huizen van de Plantaadje. Zo heette destijds de Plantagebuurt.

Ik ken die buurt vrij goed. Toen ik als archeoloog voor  Instituut voor Pre- en Protohistorie werkte, werkten we in de wintermaanden onze opgraviyngsgegevens uit op de zolder van het Geologisch Instituut aan de Plantage Muidergracht. op het Roeterseiland.

Geologisch_Instituut_-_panoramio

We dronken ons biertje bij het fameuze Eik en Linde aan de Plantage Middellaan.

Ieder jaar op 25 februari probeer ik naar de herdenking van de Februaristaking te gaan op het Jonas Daniel Meijerplein. Ik ben dus redelijk bekend met het Joodse oorlogsverleden van de wijk.

IMG_0011

Maar wat ik niet wist is dat die wijk pas is ontstaan in de tweede helft van de 19de eeuw. Daarvoor was het een soort lustoord voor de rijken met groene grachten en lanen met buitenhuizen, een stadsherberg en een badhuis

010097004000

en sinds 1839 een heuse dierentuin.

010097004165

Een klein fragmentje uit Machiel Dierks deel 2:

Moos loopt langs de Portugese synagoge en de Hortus naar de Plantaadje. Zijn pas is traag, zijn blik somber. Aan zijn arm bungelt een rieten mand met wat waar. De handkar is door zijn as gegaan en Moos heeft hem niet kunnen repareren. Voor een nieuwe was geen geld. Nu leurt hij langs de huizen om zijn groente en fruit te verkopen. Maar de kwaliteit van zijn  handel wordt steeds minder.

In de Plantaadje zoeken de welgestelde Amsterdammers hun rust en vertier. Langs de groene lanen staan hun deftige buitens met grote tuinen en priëlen naast wat goedkopere huurhuizen, die in de ogen van Moos nog steeds bijzonder riant zijn.  Er zijn feestzalen, een theater, een stadsherberg en een heuse dierentuin waar ze allerlei vreemde beesten in kooien hebben. Niet dat je er als arme sjlemiel binnenkomt, denkt Moos gelaten.


Foto-impressie

Ontvangst in de hal van het gemeentehuis in Moerdijk

ontvangst

Bep heet het publiek welkom

pres-1

 

Wat een spreker is die man

img_6069-kopie

 

Luisteren jullie wel?

presentatie3

 

publirek3

 

Dan ben ik nu aan de beurt

presentatie1

Het eerste exemplaar voor de wethouder

wethouder

 

Voor de anderen was het boek te koop

img_6003-kopie

 

 

 


Presentatie

Wat een geweldige dag gister. Zo’n 100 mensen kwamen naar de presentatie van Kunst van Leven in de prachtige Moerdijkzaal in het gemeentehuis van Moerdijk. Mooie reacties en lieve woorden voor de pentekeningen van Bep Bernard en mijn bijgaande verhalen.
Via mijn website kan ook jij het boek nu kopen.
http://www.amvermeulen.me

 

presentatiekvl