Categorie archief: Keenesluis

Beleg van Zevenbergen

Ik ben druk aan het schrijven voor het boek over de Keenesluis en kom veel interessante zaken tegen, ondermeer over het beleg van Zevenbergen.

Met de Elisabethsvloed van 1421 is de zee  diep het land binnengedrongen. Turf- en zoutwinning hebben hun tol geëist. Veel te lang werd het veen weggegraven, waardoor de bodem steeds maar daalde. De overstromingen hebben het landschap danig veranderd. Hele dorpen zijn door het natuurgeweld weggevaagd.  Zevenbergen is op een eilandje komen te liggen.

zevenbergen_1560_jvd110

Stadskaart Zevenbergen ca. 1560 Jacobus van Deventer. Rondom het eilandje zijn de polders dan alweer opgetild en bedijkt.

 

Geert van Strijen is heer van Zevenbergen. Hij is trouw aan Jacoba van Beieren, die aan de Hoekse kant staat in haar strijd tegen Philips de Goede. In het najaar van  1427 belegert Philips het kasteel en het stadje van Zevenbergen. Geert weet de vijand lang te weerstaan. Door de omsingeling worden de bewoners echter uitgehongerd. De poorters dwingen de heer tot overgave en op 11 april 1427 is het zover.

RP-P-OB-78.311

4 maanden later belegert Philips Gouda. Wanneer hij ook die stad heeft ingenomen is de macht van Jacoba gebroken. Zij doet afstand van haar macht en moet Philips als haar heerser erkennen.


Het mirakel van Niervaert

Begijnhof-1

Foto: Wikimedia Commons: Johan Bakker

Gister zijn we naar het  Begijnhof van Breda geweest in verband met de publicatie over de Keenesluis.

Begijnhof_2

Foto: Wikimedia Commons: G. Lanting

In de Catharinakerk werd een tweetal lezingen gehouden over het Mirakel van Niervaert. Het geheel werd georganiseerd door het Gilde van het heilig sacrament van Niervaert.

Het mirakel van Niervaart is een middeleeuws mirakelspel rond de legende van een bloedende hostie. Volgens de overlevering werd de hostie omstreeks 1300 door de turfsteker Jan Bautoen in het veen gevonden. De pastoor van Niervaart werd erbij gehaald en Niervaart werd een bedevaartplaats. Toen magister Macarius de echtheid van de hostie wilde onderzoeken door deze te doorboren, begon ze op vijf plaatsen te bloeden.

In mijn boek over de Keenesluis refereer ik aan deze legende. Vanuit dat oogpunt was het een interessante middag in een inspirerende historische omgeving.

Ad Maas besprak in zijn bijdrage de belangrijkste hypotheses uit zijn onlangs verschenen boek: ‘Breda en Nyeuwervaert’. Hij ging in op de mogelijke plaats waar de hostie door Jan Bautoen gevonden zou zijn, deed suggesties omtrent de datering en het auteurschap van het oorspronkelijke sacramentsspel en besprak de mogelijkheid van een ouder retabel.

Nadia van Pelt plaatste het mirakelspel in een Europese traditie van spelen. Zij liet zien hoe deze mirakelspelen doordrongen waren van anti-semitisme. Het sacramentspel van Niervaert valt daar buiten omdat dit antisemitisme juist in dit spel niet voorkomt.

 

 

 


De Keenesluis

IMG_1050

 

IMG_1051

Het is een mooie dag in 2014 als ik juist buiten het dorp Standaarbuiten de Barlaaksedijk op loop. In mijn rug raast het verkeer over de nabijgelegen A17 en aan mijn rechterkant wordt de weidsheid van het landschap onderbroken door het asfalt van de A59. Op de akkers wuift het graan, een veulen dartelt in de wei en schapen grazen langs de dijk. Een auto zoeft voorbij, een man in zijn scootmobiel rijdt mij tegemoet. Het is de zomer van 2014 en ik ben op weg naar Huize de Blaak.

IMG_1053

Later staan we aan de oever van ‘de Keen’ en beschouwen het vervallen sluisje. Of ik er een boek over wil schrijven? Die vraag stelt mij Ineke Peters-van de Weijgaert. Zij bewoont Huize de Blaak en ze heeft zich de restauratie van het waterwerk ten doel gesteld.

IMG_1058

Het is de plek waar pastoor van Gils, een historische figuur uit ‘Machiel Dierks’, zelfmoord heeft gepleegd. De lokatie staat ook op de omslag.

omslag 2 sharp

Ik was onmiddellijk voor het idee gewonnen, maar werkte op dat moment hard aan mijn debuutroman en pas sinds het najaar lukt het mij tijd vrij te maken en ben ik begonnen met schrijven aan een historisch werk, waarbij de Mooye Keene centraal staat. Een voorproefje:

Darink delven

De plaatjes zijn een bewerking van een ets van Jan Casper Philips uit 1751

Het is het jaar 1300 of daaromtrent.  Op de plaats waar ooit de Mooye Keene in de Mark zal stromen, is het landschap woest en zompig. Het veenmos strekt zich uit zover het oog reikt. Riet, biezen en zegge rijzen op tussen het mos. Hier en daar staan berken en wilgen in groepjes bijeen.  Het zachte getjilp van rietgorzen wordt overstemd door het luide kr kr kr kiet van karekieten. Watersnippen  en wulpen pikken met hun lange snavels in het veen naar voedsel. Een otter zoekt dekking tussen het riet. Libellen scheren over het water van de Barlake. De plas staat via de Dintel in verbinding met zee. De overstroming van 1288 heeft het land verzilt. Tot waar het water is gekomen, verschijnt nu ook de ruwe bes.

Maar niet alleen planten en dieren bevolken dit landschap. Sinds enige jaren is er ook menselijke activiteit. Door de verzilting is het veen geschikt om darink te delven. De turf wordt hier naar boven gehaald, niet om de brandstof, maar om het zout. Het is een zwaar werk. Mannen verwijderen de stugge begroeiing en scheppen de kleilaag weg die de zee hier heeft afgezet. Dan steken en tillen ze  de natte turfblokken en rijden die met kruiwagens naar de vrouwen. Die zetten de blokken op tot koepels waar de wind vrij doorheen kan, zodat het veen kan drogen. Vuren branden rokerig. Het is de turf. De as die overblijft wordt in zakken geschept en verscheept naar de Nieuwenbosch.