Categorie archief: schilderijen

Dirk Blikman Kikkert

Deel 2 van Machiel Dierks vordert gestaag. Een belangrijke rol in dit deel is weggelegd voor Dirk Blikman Kikkert, een historische figuur. Hij was de zwager van Albert van Raalte en een welgesteld ondernemer. Hij is cargadoor, fabriekseigenaar en heeft aandelen in verschillende schepen en verzekeringsmaatschappijen.

Op zoek naar informatie over de man vond ik het woonadres van de familie aan het eind van de jaren 1840, wanneer hij zijn rol speelt in het leven van Machiel.

ddd_010090377_mpeg21_p004_image

De Buitenkant ligt op het Waalseiland aan het Oosterdok. Ik heb onderstaande afbeeldingen gebruikt om me te laten inspireren tot het volgende korte fragment:

Dirk Blikman Kikkert zit achter het Engelse mahoniehouten bureau in zijn werkkamer. Hij leunt achterover, zijn handen achter zijn hoofd en kijkt tevreden het vertrek rond. Het huis aan de Buitenkant aan het Oosterdok bevalt hem buitengewoon. Onlangs zijn ze verhuisd van het Singel naar het Waalseiland. Hier wonen reders, bevrachters en verzekeraars bij elkaar. Het is een mooie historische plek, van waaruit van oudsher de schepen vertrokken naar de oost. Dirk neemt een briefomslag van de stapel post op zijn bureau. Verbaasd kijkt hij naar het handschrift van zijn zwager Albert van Raalte. Nu al een brief, maar ze zijn nog maar juist vertrokken uit Rotterdam. Albert moet hem geschreven hebben voor ze afreisden. 

Nieuwsgierig naar wat zijn compagnon en schoonbroer te melden heeft, verbreekt hij het zegel en vouwt het papier open.

a947ee65-2748-0999-0da7-5fa9b4d9ed7c

Gezicht van de Oosterdoksdijk op de Landswerf en de Buitenkant. 

 

934e3706-576b-8674-1284-ad0233ba27a1

Buitenkant in westelijke richting


Trapezaroff

Vandaag schrijf ik weer aan een stukje bij een etstekening van Bep Bernard voor ‘Kunst van Leven’.  De meeste werken van Bep zijn naar de natuur, maar deze keer heeft hij een bewerking gemaakt van onderstaand schilderij van Trapezaroff.

Ik kende deze schilder niet en heb zijn website maar eens opgezocht. Trapezaroff is in 1947 geboren in Thonon aan het meer van Genève. Hij is autodidact en is op zijn 12de jaar begonnen met schilderen.

chemin_de_neige_a_mieussy_haute-savoie_0

Een besneeuwd pad in Mieussy (Haute Savoye)

 

 


Kerstgroet

De laatste tijd ben ik nogal druk geweest met een aantal schrijfprojecten die zijn voortgekomen uit het verschijnen van Ketters en Paapsen en natuurlijk met het schrijven van deel 2 van Machiel Dierks, het leven van een dagloner. Al dat werk heeft me nogal weggehouden van Sociale Media en dit blog.

In het volgend jaar horen jullie meer over alle spannende ontwikkelingen. Nu wil ik iedereen hele fijne feestdagen wensen. Hoop op een betere wereld heb ik op korte termijn niet, maar laten we proberen om in onze eigen omgeving toch iets moois te maken van 2016.

Emile-Claus_de-ijsvogels-4UCH

De afbeelding is van een schilderij van Emile Claus uit 1891 en is getiteld De IJsvogels. Ook dit beeld doet mij denken aan de Amer, tegenover het huisje van Machiel en het volgende fragment uit het boek:

Een paar dagen later breekt eindelijk de zon door. Opgetogen stormt Pieter de keuken binnen. ‘We kunnen schaatsen, de Amer ligt dicht.’ En dan is plots het huisje aan de dijk vervuld van vrolijke opwinding. De schaatsen worden opgezocht en dikke jassen en mutsen aangetrokken. Wie geen schaatsen heeft, laat zich niet ontmoedigen. Ze zullen later ruilen.

‘Ga je mee Co?’ vraagt Machiel, die een paar schaatsen voor de soldaat heeft gereserveerd. Niemand was meer teruggekomen op de uitbarsting van de schutter. Het had Machiel echter niet losgelaten. Hoe die ruwe soldaat als een kind had gehuild in moekes schoot. Een schaatstochtje zou hem vast goeddoen.

Van alle kanten snellen mannen, vrouwen en kinderen toe. Achter een houten keukenstoel slaat een jongetje zijn eerste krampachtige slagen. Een groepje kinderen kibbelt om het gebruik van een prikslee. Boeren zogoed als arbeiders zwieren over de bevroren kreek. Soldaten met verlof mengen zich in het gekrioel.
‘Om het hardst’, daagt Machiel de soldaat uit. De jonge mannen stuiven over het ijs, meten hun krachten en houden pas stil als de kreek doodloopt op een dijk. ‘Verder?’ vraagt Machiel.‘Ja, fijn. Maar niet zo hard.’

Aan de andere kant van de dijk gaan ze in een kalm tempo voort. Zwijgend gaan ze over kreken en sloten tot waar geen andere schaatsers meer zijn. Eindelijk staan ze stil. Co slaakt een diepe zucht en Machiel durft vragen.
‘Hoezo moest je nou zo huilen, toen in de keuken.’

Geïrriteerd haalt de schutter zijn schouder op, wil rechtsomkeert maken, maar bedenkt zich dan toch. In de verlatenheid van de winterse polder doet Co van Slot zijn verhaal.

 


Emile Claus aan de Amer

Ik ben het weekend in Fijnaart geweest. Daar heb ik foto’s gemaakt van de lokatie waar ik me Machiel en Leentje voorstelde, zoals op het schilderij van Emile Claus. uit mijn vorige bericht.


IMG_1227

Het riviertje, restant van een kreek, heet de Amer

IMG_1229

Ik verbeeld me dat Machiel woonde aan de dijk waarop ik sta om de foto’s te maken.

IMG_1231

Het uitzicht zal er ook toen ongeveer zo hebben uitgezien.

IMG_1232


Emile Claus

Gister plaatste een vriend op zijn FB deze afbeelding en ik dacht meteen: dat zijn Machiel en Leentje. Ik zie zelfs de plaats voor me waar ze zitten. In werkelijkheid is het tafereel gesitueerd in West-Vlaanderen en decennia later. Het schilderij is van de hand van Emile Claus.
Émile_Claus_-_Meninos_no_Campo

Een bijpassend fragment uit mijn boek is het volgende: De hele familie is op de Beestenmarkt. Eindelijk heeft Machiel genoeg gespaard om een big te kopen. Hij is in feestelijke stemming en dan gebeurt dit:

‘Wacht even,’ zegt Machiel en hij duwt het touw waaraan hij de big heeft in Jan’s  handen. ‘Kom Leentje, d’r is nog een kraam waar ik langs wil.’ en hij troont het verbaasde meisje mee naar de galanteriekraam.

‘Wat wil jij nou eens graag hebben van mij?’ vraagt Machiel. Leentje, verlegen, kan geen keuze maken uit de veelheid van snuisterijen. Ze weet al lang dat Machiel haar leuk vindt en wacht al een tijd geduldig op wat onvermijdelijk moest komen. Maar nu het dan zover is dat Machiel zijn eerste avances maakt, voelt zij zich toch onwennig timide.
‘k Weet het nie Giel,’ zegt ze schuchter.
‘Zal ik het zeggen dan?,’ helpt Machiel en hij kiest een fraaie gekleurde sjaal voor haar uit, die hij haar meteen omknoopt. ‘Mooi, Leen. Je ben ’t mooiste meske van ’t dorp, nee van de wereld.’
‘Door die sjaal?’
‘Nee meske, daar heb jij die sjaal nie voor nodig. Maar je vindt hem toch wel mooi zeker?’ voegt hij er ineens onzeker aan toe.
‘Ja Giel heel mooi,’ en ze geeft hem pardoes op beide wangen een kus. En dan durft Machiel haar zachtjes in te fluisteren: ‘Ben je nou mijn meske?’ Leentje knikt uitbundig en gearmd lopen ze terug naar de rest om de big dan toch maar eerst naar huis terug brengen.

Meer van Emile Claus kan je hier zien:


Nogmaals het Trippenhuis in Amsterdam

Al eerder berichtte ik hier over het Trippenhuis in Amsterdam, als voorloper van het Rijksmuseum en de toevallige ontmoeting van Albert van Raalte en Jacob van Slot in Amsterdam. Bij toeval stuitte ik zojuist op een paar leuke afbeeldingen van dat Trippenhuis in dit tijd. Het zijn tekeningen van Gerrit Lamberts en ze bevinden zich in het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam, maar staan op Wikimedia CommonsGerrit_Lamberts_-_Trippenhuis_-_Stadsarchief_Amsterdam Hendrik_Abraham_Klinkhamer_and_Gerrit_Lamberts_001Gerrit_Lamberts_002Gerrit_Lamberts_003


Het Trippenhuis

Wat moet het Het Trippenhuis in Amsterdam als voorloper van het Rijksmuseum in mijn boek over een dagloner in West-Brabant?