Tagarchief: 19de eeuw

Studentenleven

Bij het herschrijven ven het eerste deel van mijn boek heeft Albert van Raalte een grotere rol toebedeeld gekregen. De domineeszoon studeert in Leiden. In zijn eerste jaren als student leidt hij een gewoon studentenleven. Voor de beschrijving daarvan zijn er een paar leuke bronnen te vinden op internet. Zijn tijdgenoten Johannes Kneppelhout en Nicolaas Beets schetsen in Klikspaan en de Camera Obscura onderhoudende stukjes over de stad en haar bewoners, juist in deze tijd. Van Nicolaas Beets staat bovendien een dagboek op internet.

beet005_p03

Nicolaas Beets

Johannes Kneppelhout

Johannes Kneppelhout


Licht in donkere dagen

Buiten is het grijs. De huiskamer is donker. Je doet de lamp aan. Gewoon. In de 19de eeuw was goede verlichting  veel minder vanzelfsprekend. In de eerste helft van die eeuw werden daarvoor vooral olielampen gebruikt.

SK-A-1174

Keuken bij lamplicht, Adriaan Meulemans, 1817

Aan het eind van de 18de eeuw werd de Argandse lamp ontwikkeld, dat een gelijkmatiger licht gaf en een bijna volledig verbranding had. Vermoedelijk was deze nieuwigheid nog niet tot het landarbeidershuisje van Machiel doorgedrongen.

Kersting - Junge Frau, beim Schein einer Lampe nähen 1825

Kersting – Junge Frau, beim Schein einer Lampe nähen 1825

Der elegante Leser Georg Friedrich Kersting ; 1812


Aanspreekvormen: u of je?

lenn006klaa01_01_tpg Hoe sprak Machiel zijn ouders aan? Bij mijn zoektocht naar de juiste aanspreektitels in de negentiende eeuw stuitte ik op een tweetal leuke artikelen, die samen aantonen hoe veranderlijk de taal is.

Het eerste artikel is een bespreking van een citaat uit Jacob van Lenneps “Klaasje Zevenster” uit 1866  in De Nieuwe Taalgids

Het tweede artikel is uit  De Volkskrant van 21 januari 2014 


Illustratie bij de column

Leuk dit! Deze afbeelding past mooi bij de column die ik 10 november plaatste. Geschilderd in 1847, vanaf het Groenwegje. Als je goed kijkt zie je Machiel en zijn gezin misschien wel lopen over de Wagenbrug

 Jan Weissenbruch 1847 "De Dunne Bierkade te Den Haag".

Jan Weissenbruch 1847 “De Dunne Bierkade te Den Haag”.

De afbeelding heb ik overgenomen van de facebookpagina van Den Haag zoals het was


Broodoproer

Broodoproer

Van 1845 – 1848 maakt Machiel met zijn gezin moeilijke jaren door.
In 1845 sloeg de aardappelziekte toe in Europa, N-Amerika en Canada. Jaren achter elkaar waren complete oogsten aangetast. Door gebrek aan dit volksvoedsel stegen de prijzen voor andere voedselproducten. In het gehele land leden vooral de laagstbetaalden honger. Dit leidde plaatselijk tot opstanden.

Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Broodoproer


Wel of geen Sint?

Burgerlijke Sinterklaasviering uit 1761, naar Cornelis Troost. (GA Amsterdam)

Burgerlijke Sinterklaasviering uit 1761, naar Cornelis Troost. (GA Amsterdam)

Het eerste deeltje van mijn boek is klaar, althans in eerste opzet. Bij het herlezen heb ik besloten een stukje dat zich afspeelt in de winter van 1829/1830 uit te breiden tot een zelfstandig hoofdstuk. Ik vroeg me af of een landarbeidersgezin uit de 19de eeuw het zich kon veroorloven iets aan Sinterklaas te doen en hoe dat dan geweest kan zijn. Wel of geen Sint, derhalve.

Op zoek naar achtergrondinformatie, belandde ik meteen in de onvermijdelijke hedendaagse discussie over wel of geen zwarte Piet. Ik wil daar niet teveel op ingaan.  Iedereen moet daarover zijn eigen mening maar vormen. Ik vind het echter wel belangrijk dat dat gebeurt met zo groot mogelijke kennis van zaken. Ik wil in ieder geval niemand willens en wetens  kwetsen.

Op dit weblog heb ik al eerder verwezen naar de pagina van Jef de Jager over rituelen en tradities. Daarop heeft hij ook een uitgebreide en goed onderbouwde analyse van het Sinterklaasfeest door de eeuwen heen geplaatst. Ik beveel het dan ook hartelijk aan.


Verboden te lezen!

Dat een dagloner als Machiel beter leert lezen van een pastoor ligt niet voor de hand. De pastoor had dan ook zijn redenen.

Lees het artikel: Verboden te lezen; censuur in de 19de eeuw:

“Tot diep in de 19de eeuw keurden geestelijken het lezen door het gewone volk af. Lezen zou lui maken, tijdsverspilling zijn of eenvoudige mensen op de verkeerde ideeën brengen. Vooral romans waren slecht: ze hadden een afstompende werking op het geweten en verslapten de wil.”

Portret van Emile Zola door Edouard Manet, 1867 – 1868. Musee d’Orsay, Parijs.  Wikimedia commons

Portret van Emile Zola door Edouard Manet, 1867 – 1868. Musee d’Orsay
Wikimedia commons