Tagarchief: fragment

Ze zijn binnen!

kvlboeken

De dozen met exemplaren van Kunst van Leven zijn binnen. Vrijdag 3 maart is de presentatie. Het belooft een mooi feest te worden. Kan je niet naar Zevenbergen komen, dan kan je het boek hier bestellen. We hebben gekozen voor een betaalbaar Kunstboek en we zijn erg blij met het resultaat.

Om de uitgave te vieren, hieronder nog een fragment.

 

domburg

 

Meer dan manshoog staan de palen in rijen op het strand. Als palissades omsluiten zij de wandelaar. Ze leiden zijn blik zeewaarts, waar ze langzaam ondergaan in de deining van de zich terugtrekkende zee. De hogere pilaren aan de kop staan als ware wachters, als houden ze de zee op afstand.

Strandlopertjes rennen ijverig heen en weer op het ritme van de aanspoelende golven en pikken naar schelpdieren, insecten of krabbetjes. Een groep meeuwen vliegt krijsend op als de wandelaar nadert.

Zeepokken en algen hebben zich vastgezet op de houten zuilen. Op de eblijn, tussen basaltblokken, huizen kleurige zeeanemonen, mosselen, alikruiken en  zeesterretjes. Steenlopertjes keren schelpjes, op zoek naar voedsel.

De wandelaar verwondert zich over de schoonheid van dit haast verborgen leven. Een weldadige rust doorstroomt zijn hart op het kalme klotsen van de golven.

Hij staart naar de verte. Nog even en de zee zal zijn opmars weer beginnen in het eeuwigdurende ritme van eb en vloed. Zes uur op en zes uur af, rijgen de dagen zich aaneen tot weken en maanden. Seizoenen volgen elkaar op. De zee kabbelt zacht rond de palen of beukt meedogenloos voorbij de palissade en geselt de achterliggende duinen.

De wandelaar kijkt peinzend terug op zijn leven dat zijn nadagen heeft bereikt. Jaren kabbelden vreedzaam voorbij, dan weer woedden stormen meedogenloos in zijn bestaan. Hij bleef standvastig als de houten wachters die het noodweer trotseren.

De zon bereikt al haast haar hoogste punt. Achter zijn rug is het strand verder tot leven gekomen. Tegen de duinenrij zitten groepjes mensen op kleden en badhanddoeken in zomerkleding en zwemtenue. Kinderen hollen zeewaarts met kleurige schepjes en emmertjes. Jongeren slaan een bal over en weer. Hun rumoer is niet in staat de innerlijke rust van de wandelaar te verdrijven. Glimlachend kijkt hij naar een jongetje dat energiek zeewater leidt naar de gracht om zijn vluchtig zandkasteel.


Winterse groet

Ik wens iedereen fijne feestdagen en hoop op een vrediger 2017 voor de wereld met dit winterlandschap van Valerius de Saedeleer

a0104474_7512627-1

De Vlaamse schilder inspireerde Bep Bernard tot het maken van één van zijn pentekeningen. Deze tekening staat ook in ons boek ‘Kunst van Leven’, dat nu bij de drukker ligt, voorzien van onderstaande tekst van mijn hand.

saedeleer-1

 

Het glooiende landschap gaat gehuld in een kleed van smetteloze sneeuw. Voorzichtig tekenen de heuvels zich af in schakeringen van wit. De huizen en bomen rondom contrasteren als donkere silhouetten. De wereld schijnt de wandelaar een schilderij van de Vlaamse schilder die uit deze buurten kwam.

Voorzichtig, bijna spijtig, betreedt hij het maagdelijk tapijt. De wereld van weleer, is niet meer. Het is zijn verbeelding die het landschap leeg maakt, als dat van toen. In gedachten ziet hij eenvoudige mensen in sobere onderkomens   bijeen rondom een knusse haard. Ook dat is een vertekend beeld, hij weet het. Het werkelijke leven op dit Vlaamse land was voor de meeste van haar bewoners hard en verre van romantisch.

Hier leefde men van wat de aarde opbracht. De grond was versnipperd en velen waren de streek ontvlucht om een nieuw leven op te bouwen in een ver en onbekend land.

Een auto rijdt langzaam voorbij, de banden knerpen over de verse sneeuw. Het brengt de wandelaar terug tot het heden. Het oude boerderijtje is verbouwd tot een moderne woning. Verderop staan volledig nieuwe huizen. Grijze wolken duiden erop dat spoedig verse sneeuw zal vallen. De wind wakkert aan en de wandelaar voelt de kou. Hij steekt zijn handen diep in zijn zakken en versnelt zijn pas. Nog even en hij zal zijn bestemming bereiken. Een heerlijke wandeling door het winterse landschap, die eindigt aan een haardvuur met een glas goede wijn.


Dirk Blikman Kikkert

Deel 2 van Machiel Dierks vordert gestaag. Een belangrijke rol in dit deel is weggelegd voor Dirk Blikman Kikkert, een historische figuur. Hij was de zwager van Albert van Raalte en een welgesteld ondernemer. Hij is cargadoor, fabriekseigenaar en heeft aandelen in verschillende schepen en verzekeringsmaatschappijen.

Op zoek naar informatie over de man vond ik het woonadres van de familie aan het eind van de jaren 1840, wanneer hij zijn rol speelt in het leven van Machiel.

ddd_010090377_mpeg21_p004_image

De Buitenkant ligt op het Waalseiland aan het Oosterdok. Ik heb onderstaande afbeeldingen gebruikt om me te laten inspireren tot het volgende korte fragment:

Dirk Blikman Kikkert zit achter het Engelse mahoniehouten bureau in zijn werkkamer. Hij leunt achterover, zijn handen achter zijn hoofd en kijkt tevreden het vertrek rond. Het huis aan de Buitenkant aan het Oosterdok bevalt hem buitengewoon. Onlangs zijn ze verhuisd van het Singel naar het Waalseiland. Hier wonen reders, bevrachters en verzekeraars bij elkaar. Het is een mooie historische plek, van waaruit van oudsher de schepen vertrokken naar de oost. Dirk neemt een briefomslag van de stapel post op zijn bureau. Verbaasd kijkt hij naar het handschrift van zijn zwager Albert van Raalte. Nu al een brief, maar ze zijn nog maar juist vertrokken uit Rotterdam. Albert moet hem geschreven hebben voor ze afreisden. 

Nieuwsgierig naar wat zijn compagnon en schoonbroer te melden heeft, verbreekt hij het zegel en vouwt het papier open.

a947ee65-2748-0999-0da7-5fa9b4d9ed7c

Gezicht van de Oosterdoksdijk op de Landswerf en de Buitenkant. 

 

934e3706-576b-8674-1284-ad0233ba27a1

Buitenkant in westelijke richting


Voorlezen

Je kan nu het verhaal volgen van Jan Adriaensen Treurtniet bij de Geuzen, dat ik voorlas tijdens de Kunst en Cultuurroute Moerdijk.

Met dank aan Gerbert Kannekens, die de opname maakte.


Inspiratie

Tijdens onze minivakantie maakte ik in Zevenbergen deze foto

img_1506

 

De plek inspireerde Bep Bernard tot onderstaande etstekening

 

opdracht-moerdijk-2015

En ik schreef er onderstaand verhaal bij voor ‘Kunst van Leven’

De kerktoren waakt over het marktplein van het stadje. Het is het kloppend hart van het plaatsje. Hier is bedrijvigheid. Winkeliers hebben hun waren uitgestald, terrasjes worden in gereedheid gebracht. Bomen, hun blad in zomers groen, omzomen het plein.

Het centrum van het provincieplaatsje is eeuwenoud. Toch is er weinig dat verwijst naar die lange historie. Het middeleeuws kasteel is lang geleden vervallen. Slechts het stratenpatroon en een enkel huis herinneren aan de tijd dat de heer op zijn burcht heerste over de poorters in het stadje. En ook de kerk draagt de sporen van dit lange verleden. Ooit bracht het katholieke gelovigen samen, tot de reformatie een einde maakte aan het roomse bewind. In de tweede wereldoorlog had het stadje zwaar te lijden onder bombardementen en beschietingen en de kerk werd in 1944 door de Duitsers opgeblazen. Het godshuis werd herbouwd en in ere hersteld. 

De wandelaar loopt over het marktplein van zijn jeugd. Maar ook het stadje van toen is veranderd, gegroeid, gemoderniseerd. Hij neemt plaats op een terras en bestelt een glas bier. Weemoedig denkt hij terug aan het thuis van weleer, dat hij hier dacht te vinden. Hij ziet het in de gevels boven de strakke winkelpuien. Hij hoort het in de korte klanken van het haast vergeten dialect. Hij meent het te zien in de gelaatstrekken van passanten. Daar, aan de overkant, gaat daar niet …? Maar nee, het is een jongen haast. 

Het stadje van toen is niet meer. Een generatie is gegaan, de herkenning oppervlakkig, de markt vervormd tot eender welk plein. Dan tikt een man hem op de schouder. Hij draait zich om en kijkt in de ogen van zijn oude schoolkameraad. 


Vooruitblik

Benieuwd naar deel 2 van Machiel Dierks? Hier vast een vooruitblik.

p.501---HQ---RI-68-1-Stadsarchief-Rotterdam

(Rotterdam 24 september 1846)

Een zachte wind waait van over de Maas. Uit het grijze wolkendek valt geregeld een spat regen. Een man loopt over de kade.  Zijn handen steken in zijn zakken. Zijn pet heeft hij diep over zijn voorhoofd getrokken. De broek die hij draagt is versleten. Zijn rechter elleboog steekt door zijn jas en het hout van zijn klompen is zo dun, dat hij vreest dat de gaten er eerdaags in zullen vallen.

Vermoeid sjokt hij over de Veerdam en langs de statige herenhuizen van het Nieuwe Werk. Nooit eerder was Machiel zo ver van huis, zo lang weg van Leentje en de kinderen. Hij voelt zich een vreemde in de stad en hulpeloos. Een onaangename geur van mest en azijn prikkelt zijn neus en ontneemt hem zowat zijn adem. Snel loopt hij voorbij de molen en de loodsen van de witloodmakerij. Hij steekt een bruggetje over en vervolgt zijn weg langs weer een kade.

Achter de imposante gevels van De Boompjes huizen kantoren en sjieke hotels. Machiel probeert de namen te lezen: Hotel de l’Europe, Groot Bath Hotel, Groot Hotel de Pays Bas. Onzeker gluurt hij van onder zijn pet naar de bedrijvigheid om zich heen. Op het water krioelen schepen en scheepjes. Grote drie- en viermasters van over de wereld liggen aangemeerd. Er wordt geladen en gelost, passagiers gaan van en aan boord en overal klinken stemmen in vreemde talen.

Uit één van de hotels stapt een tengere man. Even staat hij stil. Hun blikken kruisen elkaar. De vriendelijke, grijze ogen nemen Machiel indringend op.

‘Machiel, Machiel Dierks. Ben je het echt? Je bent het echt!’

Verbaasd kijkt Machiel de ander aan. Die grijze ogen, het hoge voorhoofd, z’n tengere postuur. Hij herkent de ander direct. ‘Albert. Je bent Albert van Raalte. Wa doe jij hier?’

‘Dat kan ik beter aan jou vragen. Man wat zie je er uit. Je kan vast wel een hap eten gebruiken. Kom mee.’

Even later zitten ze tegenover elkaar aan een tafeltje in het Rotterdams koffiehuis. Albert bestelt een uitgebreide maaltijd voor Machiel en bier voor zichzelf.

‘Ik eet later met mijn gezin in het hotel. Maar geneer je niet’, zegt Albert als hij ziet hoe Machiel schroomt. ‘Weet je nog hoe jullie mij te eten gaven toen ik uit Leiden was komen lopen?’ Machiel knikt en glimlacht als hij terugdenkt aan de jonge student die in hun keukentje verlegen prikte van de aardappelen die moeke hem had voorgezet. De honger doet de rest. Bezorgd kijkt Albert toe. Alsof hij dagen niet gegeten heeft, zo zit Machiel te schransen. Hij ziet er slecht uit. Bleek, mager, vermoeid, oud voor zijn 33 jaren.

‘Zo vertel me nu maar waarom je als een zwerver door Rotterdam loopt’, dringt Albert aan.

Meer over Rotterdam in de negentiende eeuw


De blauwe dood

Tijd voor een nieuw fragment. In 1832 brak de eerste cholera-epidemie uit. De gevreesde ziekte bereikte ook Leiden. Albert maakt dit van dichtbij mee. Dat veroorzaakt een ommekeer in zijn leven.
Unknown

Bij het logement ‘Het stadhuis van Amsterdam’ staat een groep mensen druk gebarend bij elkaar.
‘Wat is daar aan de hand,’ vraagt Albert zich af.
‘Laten we gaan kijken.’
‘Cholera.’
‘In de Camp.’
‘Een tweede ziekenhuis in de Lakenhal.’
‘Cholera? Hier?’
‘De epidemie heeft Leiden bereikt.’
‘Al negentien doden.’
Cholera? Verschrikt kijken de vrienden elkaar aan. Tegen de muur is een kennisgeving van de burgemeester geplakt. Dus nu ook hier! De gevreesde ziekte heeft dan toch Leiden bereikt.

IMG_1141 (1)